Contact gegevens

Stichting Oud Ridderkerk

Kerksingel 26

2981 EH  Ridderkerk

Telefoon: 0180 - 430615

Email algemeen: info@oudridderkerk.nl

 

Openingstijden:

Woensdag 13:30 - 16:30 uur
Donderdag 13:30 - 16:30 uur
Vrijdag 13:30 - 16:30 uur
Zaterdag 13:30 - 16:30 uur

 

Toegang is gratis!

Expositie Agenda.


Donateur worden?


Privacy-verklaring


 

 

Dijken waren in het verleden al van het allerhoogste belang. Niet alleen voor de noodzakelijke beveiliging tegen het buitenwater, maar secundair -vooral in vroegere eeuwen- onmisbaar in zijn functie voor 't verkeer, wonen, werken en winkelen. ledere Nederlander kent wel twee jaartallen uit het blote hoofd: 1600. Slag bij Nieuwpoort en 1296 Graaf Floris V door de edelen vermoord. Het was deze graaf die in het prille bestaan van de Riederwaard een belangrijke rol heeft gespeeld.
Op Sint Aagtendag anno 1287 (= 5 februari 1288) was er in Zuid-Holland een bijzonder zware stormvloed met duizenden slachtoffers. Bij het herstel van de schade in Riederwaard zijn er bepaalde meningsverschillen aan de dag getreden, die de Graaf als volgt heeft beslecht: (bekort) een doorbraak in een goedgekeurde dijk moet hersteld worden op kosten van de gemeenschap en de dijk moet daarna weer teruggegeven worden aan de oorspronkelijke bezitter. Het herstel van een niet goedgekeurde dijk zal gebeuren op kosten van de eigenaar en als diens vermogen niet toereikend is, zal de gemeenschap het werk overnemen maar de dijk (en het ambacht) houden totdat een kapitaalkrachtig iemand dat kan overnemen. Dat is inmiddels ruim 700 jaar geleden en er waren dus dijken rond de Riederwaard, waartoe alle parochies behoorden tussen Ridderkerk in het oosten en Hoogvliet in het westen van het tegenwoordige eiland lJsselmonde.
U moet hieruit niet afleiden dat er een centraal dijksbestuur was. Dat was er niet en elk dorp moest maar zien hoe het eigen stuk onderhouden moest worden. Over die dijken van omstreeks het jaar 1200 make men zich vooral geen overdreven voorstelling. Het waren eigenlijk kaden van betrekkelijk geringe hoogte en breedte en elke trreinsverheffing werd er dankbaar in opgenomen. Het beloop van deze waterkeringen met zijn ogenschijnlijk onnutte bochten laat duidelijk de eerste aanleg onderkennen, namelijk op de oeverwallen der rivieren. Ook al is later natuurlijk hier en daar wel wat gecorrigeerd,
ln 1292 bevestigt dezelfde graaf Floris V opnieuw dat hij een vonnis dat de heemraden van Ryderwert hebben gewezen met betrekking tot de dijkrechten van het ambacht Riederkerke
'eeuwig' zal doen handhaven. Het vonnis houdt in dat de ambachtsheer verplicht zal worden het dijksonderhoud over te nemen van iemand die zijn dijksgedeelte verlaat, bijv. wegens te hoge kosten. Dit vonnis is richtsnoer geworden voor dergelijke gevallen óók buiten de Riederwaard. Wanneer ook de ambachtsheer niet bij machte of onwillig zou zijn de dijk voor zijn rekening te nemen (en te houden) vervallen al zijn rechten ten gunste van de Graaf hetgeen later inderdaad is gebeurd.
Na de overstroming van 1288 die de Riederwaard trof geeft de literatuur voor ons eiland nog de jaartallen 1318, 1321,1322, 1327,1331 en 1372, waarin de waterwolf telkens een dreigende houding aannam, maar nog niet tot een beslissende aanval overging. Vooral in de omgeving van Pendrecht verkeerde de bedijking in een zeer slechte toestand wat blijkt uit een oorkonde van hertog Albrecht uit 1370.
In 1373 is er op 2 februari ('t Onser Vrouwendaghe Purificatio) de eerste van een serie overstromingen. Deze werd veroorzaakt door hoge rivierstanden en niet door een stormvloed uit zee. Vervolgens in 1374 op 9 oktober de tweede inundatie, nu wel door een stormvloed uit zee en tenslotte in 1375 de derde eveneens door een stormvloed en ook op 9 oktober en deze laatste was de hevigste van alle. Deze stormvloed was dé grote ramp voor de Riederwaard en werd ook de ondergang van de parochie Voor-Donkersloot die tot de Alblasserwaard behorende, daarvan werd losgescheurd en voor eeuwen onder de golven verdween Alsof het allemaal niet erg genoeg is spreekt Fockema Andreae ook nog over een Sint Valentijnsvloed van 14 februari 1374, echter zonder bronvermelding. (Wordt vervolgd)

J. van der Es (1910-1993)