Contact gegevens

Stichting Oud Ridderkerk

Kerksingel 26

2981 EH  Ridderkerk

Telefoon: 0180 - 430615

Email algemeen: info@oudridderkerk.nl

 

Openingstijden:

Woensdag 13:30 - 16:30 uur
Donderdag 13:30 - 16:30 uur
Vrijdag 13:30 - 16:30 uur
Zaterdag 13:30 - 16:30 uur

 

Toegang is gratis!

Expositie Agenda.


Donateur worden?


Privacy-verklaring


 

Verontreiniging van viswater in het jaar 1900.

Het was in het jaar 1900, dat een Staatscommissie voor het voorbereiden van maatregelen tegen de verontreiniging van openbare wateren was ingesteld. Deze commissie had een subcommissie aangewezen om een onderzoek naar de omvang van de verontreiniging van viswateren in te stellen. Naar aanleiding daarvan wendde deze zich tot het gemeentebestuur met diverse vragen en verzocht ze te beantwoorden teneinde in staat te zijn om  een overzicht van de schade te verkrijgen, die de visstand door de verontreiniging van de wateren ondervond.

Aan de subcommissie werd door het gemeentebestuur het volgende medegedeeld: Nooit was vernomen, dat de visstand door de verontreiniging van de rivieren de Maas of de Merwede, waarlangs deze gemeente gedeeltelijk gelegen was of daaraan grensde, benadeeld werd. Binnen de gemeente was een binnenwater, de Waal genaamd. Dit was een boezem van de Zwijndrechtse Waard, die te Heerjansdam en aan de Oostendam in de rivier uitmondde.

Het viswater in de boezem van de Waal was voor f 235,- per jaar verpacht aan Cornelis van Nes door Mr. Jhr. Steengracht.
Volgens het kadaster waren de polders Heerjansdam, Rijsoord en Strevelshoek alsmede het Hoogheemraadschap "de Zwijndrechtse Waard" van een gedeelte van de Waal eigenaar.
Door het root- en vlaswater werd de Waal verontreinigd. Dat werd in de maanden september en oktober uit de polders daarin gemalen. Door het groeien van planten (ruigte) in het water gedurende de zomermaanden werd nadeel ondervonden. Door de Zwijndrechtse Waard werd dit in het verleden schoongemaakt.

De omvang van de vlasserij was echter in omvang zeer verminderd. Er kwamen niet meer zoveel klachten binnen als vroeger. Het beperkte zich tot het bovendrijven van de vissen. Van het broed werd niets vernomen. De schade, die door de verontreiniging aan de visteelt veroorzaakt werd, was niet te begroten. De middelen, die toegepast werden om de schade te beperken of te voorkomen, waren met het oog of het doel daarvoor nooit voldoende. Het water werd weggemalen en ging door de sluizen te Heerjansdam en aan de Oostendam in de rivier. Er bestonden dan ook geen verordeningen, die speciaal met het oog op de bescherming van de visstand waren vastgesteld.


Dit artikeltje van de hand van J.W.A. van der Blom verscheen eerder in De Combinatie van 3 november 1983.