Leerschool koperslagerij.

 

In de periode vóór de Tweede Wereldoorlog waren er nog geen vakopleidingen. Op de scheepswerven begon men op jonge leeftijd als nageljongen (schepen waren toen nog van geklonken constructie). Het lassen in de scheepsbouw is in de Tweede Wereldoorlog ontwikkeld. Was je gemotiveerd, dan werd je als maatje geplaatst bij een vakman, en al spelenderwijs kon je je het vak meester maken. Vaklieden waren o.a. ijzerwerker-afschrijver, ijzerwerker-aan-bouwer, ijzerwerker-afbouwer, klinker, brander, bankwerker, koperslager, timmerman enz. Er waren toen wel opleidingen op hoog niveau, maar die studie was veelal weggelegd voor de beter gesitueerden. Er waren onder de vaklieden zeker mannen die, indien studie betaalbaar was of een studiebeurs beschikbaar, ingenieur waren geworden. Zelf mocht in de jaren 1940 tot 1942 de leerschool scheepsbouw volgen bij de Nederlandse Scheepsbouw Maatschappij te Amsterdam. Les werd gegeven door de heer Dekker van het Instituut Holland te Slikkerveer, waar ook de lesboeken vandaan kwamen. Instituut Holland is de voorloper van het huidige Drukkerij Holland. De leerschool hield in een paar dagen school op het bedrijf en een aantal dagen praktijk. De praktijk deed je in periodes in afdelingen, die vanaf het begin van de productie, betrokken waren bij de bouw van de schepen. Voor de oorlog en tijdens de oorlog was de zaterdag nog een werkdag. In Ridderkerk kregen de bedrijven te maken met opleidingen die werden verzorgd door Bemetel (Bedrijfsopleiding Metaal - en Elektronische Industrie). De Stichting Bemetel had tot doel het bevorderen en coördineren van vakopleidingen in de metaal -en elektrotechnische industrie. Bemetel is tot stand gekomen in goede samenwerking tussen werkgevers en werknemers. Leerlingen, die deze opleiding volgden, waren in dienst van een bedrijf, waar ze een toekomst wilden opbouwen. Deze opleiding bracht de leerlingen kennis van de praktijk en theorie met betrekking tot de werkzaamheden, die ze in het bedrijf uitvoerden. Praktijk en theorie werden afgewisseld met een paar dagen school en een aantal dagen praktijk. De ouders van de leerlingen sloten met het bedrijf, waar ze werkten, een leerovereenkomst. De leerlingen moesten wekelijks een werkboekje bijhouden, dat door de leermeester werd gecontroleerd en van een cijfer voorzien. Dit waren cijfers voor Vlugheid - Vaardigheid - Gedrag en Netheid. De Bemetel had consulenten in dienst die de bedrijven regelmatig bezochten om na te gaan of de opleiding verliep zoals in het leerlingstelsel voorgeschreven. In Ridderkerk kenden we als consulent o.a wijlen de heer van Kogelenberg - oud bedrijfsleider van de Groot & Van Vliet en oud wethouder van de P.v.d.A in Ridderkerk, en wijlen de heer Rolloos, oud inspecteur van de KNSM (Koninklijke Nederlandse Stoomboot
Maatschappij. De opleidingen werden afgerond met een examen. Dit bestond uit een deel theorie en het maken van een werkstuk. Bij een goed resultaat werd het Rijksnijverheidsdiploma voor het vakgebied uitgereikt. Bij Boele Bolnes werden de diploma's uitgereikt door veelal één van de directeuren. Ik herinner me één geval, waarbij ik als hoofdbedrijfsleider de geslaagden mocht toespreken en de heer Hans Boele de diploma's uitreikte. De lijst van geslaagden lag voor mij op tafel en van de heer Boele kreeg ik opdracht een kruisje achter de naam te plaatsen als de geslaagde een ferme handdruk gaf. Hij stootte me dan aan zodat ik een kruisje kon plaatsen. Zijn argument: "een jongeman die een ferme handdruk geeft wordt een goed vakman". Bij Smit Electro startte men de bedrijfsschool in 1950 met een opleiding tot elektrotechnisch bankwerker, draaier, frezer en elektronicus. De leiding van de school was in 1960 in handen van Henk den Otter.
Ger de Jong