Contact gegevens

Stichting Oud Ridderkerk

Kerksingel 26

2981 EH  Ridderkerk

Telefoon: 0180 - 430615

Email algemeen: info@oudridderkerk.nl

 

Openingstijden:

Woensdag 13:30 - 16:30 uur
Donderdag 13:30 - 16:30 uur
Vrijdag 13:30 - 16:30 uur
Zaterdag 13:30 - 16:30 uur

 

Toegang is gratis!

Expositie Agenda.


Donateur worden?


Privacy-verklaring


 

De schoolmeester moest ook de kerkklok luiden.

 

In het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw onderzocht de bekende Ridderkerkse amateurhistoricus Jan van der Es (1910-1993) hoe het in Ridderkerk in de franse tijd toeging. Hieronder zijn relaas over Willem Schippers, die in die tijd niet alleen schoolmeester en koster was maar ook verantwoordelijk was voor het begraven in en rond de kerk.
De schoolmeester Willem Schippers, geboren 8 febr. 1759, heeft in Ridderkerk dienst gedaan van zijn 26e tot zijn 81e jaar. In 1838 noemt de schoolopziener hem in zijn rapport "ondanks zijn 80 jaren, gezond, sterk en vol lust, doch zeer ouderwetsch in zijn onderwijs". Willem Schippers was in dienst van de kerk want het onderwijs was altijd al een taak van de kerk, die ook het schoolgebouw bezat. De taak van Willem Schippers was echter veel uitgebreider, zoals blijkt uit zijn in 1785 door Cornelis Groeninx van Zoelen afgegeven aanstellingsbrief. Deze aanstelling is te lang om hier opgenomen te worden, maar er staat ook in dat de schoolmeester tevens koster was. Hij moet dan ook dagelijks het uurwerk van de klok opwinden en drie maal per dag de klok luiden, plus natuurlijk extra op zon- en feestdagen en bij begrafenissen. Verder wordt nadrukkelijk genoemd het schoonhouden van de kerk ("iedere week tot de balken en iedere maand boven de balken tot aan het "verwufsel" te ragen"), banken, stoelen, vloer, kussens, bijbels, kronen, kopérwerk, enz. enz. Verder het onderhouden van het kerkhof, alle paden op het kerkhof te wieden en de straat tot op de kruin van de dijk spoelen en schoon-schrobben. Voor dweilen, bezems en olie voor "het horlogier" (torenklok) kreeg hij 6 gulden per jaar uitge¬keerd. Als koster moest hij ook letten op vuur en licht, helpen bij begrafenissen en verder klaar staan voor alle mogelijke boodschappen ten dienste van leraar en kerkeraad.
Als schoolmeester had Willem Schippers dienst te doen van 9.00-11.30 uur en van 1.00 tot 3.30 uur (zaterdagmiddag vrij) en daarvoor mocht hij ontvangen per "kind dat leert spellen en lezen tot de historie toe" één stuiver per week, per kind dat leert schrijven 1 stuiver 4 penningen per week; voor de avondscholieren "die haar willen begeeven tot Reekenen, Cijferen ende Boekhouden" twee stuivers. Die laatste groep leerlingen moest echter hun eigen vuur en licht meebrengen! Verder was bepaald dat een halve week schoolgeld verschuldigd zou zijn als het kind maar l dag ter schole kwam en een. volle week bij 2 of meer dagen.

 

Andere functies.

Ook voor zijn functie van voorzanger en voorlezer op alle "predikdagen" bestond een uitgebreide instructie, maar nog is daarmee het beeld van de schoolmeester niet compleet. Dat de man ook fungeerde als secretaris van het kerkbestuur, zal u, gezien de relatie tussen kerk en school niet verwonderen. Maar hij was ook degeen aan wie bij plaatselijk reglement de taak was opgedragen om bij elke brand (of beproeving van de brandspuit) aanwezig té zijn. Hij moest zich vervoegen bij "de Pompers, Waterscheppers en verdere Geaffecteerdens tot de Brandspuyt, en nauw regard nemen op die geene, die absent zijn en dezelve noteeren". De nalatigen kregen een boete, zelfs al was het de schout, en de schoolmeester zou onvoorwaardelijk op zijn aantekeningen geloofd worden. Al met al dus een hoogst belangrijk persoon in de toenmalige burgerij, maar van al die belangrijkheid is in de bewaard gebleven lijsten der belastingbetalers geen spoor te ontdekken.
Nu behoeft dit laatste geen verwondering te wekken want een inkomstenbelasting naar onze hedendaagse normen was volkomen onbekend verschijnsel. Het was veel gemakkelijker om het landbezit als grondslag te nemen voor een soort vermogensbelasting, zoals al eeuwenlang het geval was geweest. In de oude belastingkohieren vindt u dus voornamelijk degenen die land bezaten of in pacht hadden.
Zoals we hiervoor hebben gezien was één van de klusjes van Willem Schippers het schoonhouden van het kerkhof. Dit woord is tegenwoordig een, synoniem voor begraafplaats. Maar wat wil je? Al van oeroude tijden, vanaf de stichting der eerste kerken werd er in en er omheen begraven. Als in Riede de kerk herbouwd gaat worden, die bij de vloeden van 1373-1375 is verloren ge¬gaan, schrijft het bestek voor ".... dit choir sal gewrocht worden op't kerckhof'. Maar nieuwe heren, nieuwe wetten. En in Frankrijk, waartoe we immers behoorden in 1811, gold het decreet van 23 Praireal jaar 12 (= 12 mei 1804) over het begraven van lijken. Daarin was onder meer bepaald dat begraven slechts mocht plaatsvinden na schriftelijke, toestemming van de ambtenaar van de Civiele Stand, die zich 24 uur na het overlijden door persoonlijke controle van de dood moest vergewissen. Tevens werd het verboden nog langer in of bij kerken te begraven.
(In een volgende aflevering het verhaal van Van der Es over de begrafenisperikelen in Ridderkerk die in de Franse tijd speelden)