Contact gegevens

Stichting Oud Ridderkerk

Kerksingel 26

2981 EH  Ridderkerk

Telefoon: 0180 - 430615

Email algemeen: info@oudridderkerk.nl

 

Openingstijden:

Woensdag 13:30 - 16:30 uur
Donderdag 13:30 - 16:30 uur
Vrijdag 13:30 - 16:30 uur
Zaterdag 13:30 - 16:30 uur

 

Toegang is gratis!

Expositie Agenda.


Donateur worden?


Privacy-verklaring


 

 

Eén van de vreselijkste aspecten van de Tweede Wereldoorlog is de Holocaust. Systematische discriminatie, isolatie en concentratie mondde uit op de moord van ruim zes miljoen joden. Ook in Ridderkerk werden joden het slachtoffer van deze terreur en vervolging door de Duitse bezetter. Overigens met de hulp van Ridderkerkse handlangers!
In 1940 en 1941 worden de eerste anti-joodse maatregelen genomen. Ambtenaren worden gedwongen om een ariërverklaring te ondertekenen. Dit doet het voltallige Ridderkerkse gemeentepersoneel, op een buitengewoon ambtenaar daargelaten. Dhr Van Splunder weigert pertinent, naar hem wordt daarom een uitgebreid afstammingsonderzoek ingesteld. Op dinsdag 11 februari 1941 moeten alle joodse inwoners van Ridderkerk zich laten registreren op het gemeentehuis. In totaal worden er die dag door een ambtenaar van de burgerlijke stand zes formulieren ingevuld. Vier van de familie Den Hartog uit Oostendam, twee van
vader en zoon Van Wien. De informatie wordt overgedragen aan de Duitse bezetter. Hiermee zijn bijna alle joden in Nederland geregistreerd en dus traceerbaar. Vanaf het midden van 1941 werden er steeds meer maatregelen door de bezetter genomen om de joden te isoleren. Men probeerde hen uit te sluiten van de rest van de bevolking. Er verschenen in het straatbeeld borden met het opschrift 'Verboden voor Joden'. In november 1942 bestelde de gemeente Ridderkerk 15 van dergelijke borden. Het is niet duidelijk waar deze allemaal in het dorp gehangen hebben, Mogelijk kunnen lezers ons nog met informatie daarover helpen. Op 17 september 1941 schreef de Ridderkerkse tiener Jannie van Splunder in haar dagboek over deze anti-joodse maatregelen, 'Mijn pen is machteloos uit te drukken hoe laf en wreed die Moffen zijn. Voor de ramen der café's etc. hangen de kaarten met: "Joden niet gewenscht", of "Verboden voor joden". (...) Die waanzin waagt dat tuig aan óns op te leggen. Zij zaaien haat! Zie hoe zij oogsten: haat!' 
Stijntje Rozendaal-Lusse Op vrijdag 17 juli 1942 stapt de Rotterdamse Stijntje Rozendaal-Lusse nietsvermoedend de winkel van slager Van den Oever in Bolnes binnen. Ze is aan het werk, ze verkoopt garen aan band aan de deur. En daarvoor is ze wel vaker in Ridderkerk te vinden. Ze kent Teunis van den Oever goed. Ze heeft hem zelfs spulletjes gekocht voor de trouwjurk van zijn verloofde. Stijtntje weet dat zij de slager kan vertrouwen. Stijntje is namelijk joods en doet haar werk zonder de verplichte jodenster te dragen. Bovendien heeft ze ook connecties met het verzet. Ver van huis, in Ridderkerk, kan ze veilig met een partij bonnen van de ondergrondse een grote hoeveelheid vlees inkomen. Maar de kust is niet veilig!
Wanneer ze de winkel binnenstapt, blijkt daar Arie den Breejen te staan. Hij is een krantenbezorger, nachtwaker van de distributiedienst en NSB 'er. Arie herkent Stijntje direct en zegt dat ze als Jodin helemaal niet in de winkel mag komen. Hij verlaat overhaast de winkel om de politie te waarschuwen. Slager Van den Oever dringt er bij Stijntje op aan om zo snel mogelijk te vluchten, in de richting van IJsselmonde. Tragisch genoeg gaat Stijntje via de Ringdijk toch in de richting van Ridderkerk. Daar loopt zij zo de Ridderkerkse hoofdagent Huibert van Leeuwen tegen het lijf. Die was samen met agent Dusschooten op onderzoek uitgegaan na een alarmerend telefoontje van Den Breejen. Stijntje wordt meegenomen voor verhoor. In de zij span van de politiemotor gaat ze naar het bureau, waar een proces-verbaal wordt opge¬maakt. Ze wordt beschuldigd van het niet dragen van een jodenster, het binnengaan van een winkel, het kopen van vlees en het reizen met openbaar vervoer. In haar jaszak werd een buskaartje van de RAGOM aangetroffen Die zelfde middag wordt ze onder begeleiding van de Ridderkerkse agent Dusschooten met de lijnbus van dezelfde RAGOM afgevoerd naar Rotterdam. Daar wordt ze overdragen aan de SD. De bus passeerde de slagerij Van den Oever. Deze stond zojuist in de deuropening van zijn winkelpand. Onopvallend voor haar bewaker probeerde Stijntje vanuit de bus Van den Oever met een klein handgebaar te groeten.
Stijntje heeft de oorlog niet overleefd, ze werd in Oost Europa door de nazi's omgebracht. Huibert van Leeuwen en Arie den Breejen, beiden NSB'ers, worden na de bevrijding veroordeeld voor hun rol bij de arrestatie van Stijntje. Ze krijgen een interneringsstraf opgelegd. Het trieste lot van Stijntje Rozendaal-Lusse, familie Den Hartog en andere Ridderkerkse slachtoffers van het nazi-regime, wordt beschreven in het boek 'Ridderkerk en de Tweede Wereldoorlog'. Deze uitgave van de Stichting Oud Ridderkerk is te koop in de Oudheidkamer en Boekhandel De Ridderhof.
Raymond de Kreel