Contact gegevens

Kerksingel 26
2981 EH  Ridderkerk

Email algemeen: info@oudridderkerk.nl

Bankrekeningnummers:

NL40RABO0355484838

NL93INGB0004208049

KvK-nummer: 41126694

RSIN: 009623851

 

Openingstijden:

 

Woensdag 13:30 - 16:30 uur
Donderdag 13:30 - 16:30 uur
Vrijdag 13:30 - 16:30 uur
Zaterdag 13:30 - 16:30 uur

 

Toegang is gratis!

Expositie Agenda.


Donateur worden?


Privacy-verklaring


Deze website wordt gebouwd, onderhouden, gehost en gesponsord door:


 

Het stukje Kerkweg in de tijd dat het nog Mauritsweg heette.

 

In mijn jeugd, lang geleden ik ben van ‘42 en geboren in een van de koudste winters van de vorige eeuw, woonde ik aan het eind van de Kerkweg, wat toen nog Mauritsweg heette. Ik denk omdat het bij de Mauritsweg hoorde voordat de Rijksweg, wij zeiden ‘de Nieuwe Weg’ aangelegd werd. Wij voelden ons geen Rijsoordenaars maar Ridderkerkers.

Wat ik na school graag deed was ‘polderen’. In de polder was van alles te beleven en daarom trok ik als ik thuiskwam mijn ‘ketelpak’, zoals wij een overall noemden, aan en ging de polder in. Ik nam altijd een jutezak mee om gras te plukken voor de konijnen die wij hielden om ze met de Kerst op te eten. Daar deden wij niet moeilijk over, mijn vader werkte bij slager Bol op de Ringdijk. Dat was wat je zou kunnen noemen ‘een warme slager’, d.w.z. een die zelf zijn koeien en varkens koud maakte en dan kijk je niet op een dood dier meer of minder. Wij hadden zogezegd geen emotionele band met het vee.

Vaak nam ik een polsstok mee om over de brede sloten te springen. Je moest wel even goed voelen met het eind van de stok waar een dwarsplankje gespijkerd zat of de bodem niet al te zacht was anders had je kans dat halverwege het springen de stok zo diep de bodem inzakte dat hij bleef staan en je genoodzaakt was jezelf met een noodsprong in veiligheid te brengen. Ook ging ik in het najaar vaak samen met een vriendje met jagers mee om het wild op te jagen.

In de polder kon je ook vissen wat ik graag deed. Links en rechts van de Oudelandseweg lag een wetering met helder water waar je de vissen zo kon zien zwemmen. Het viswater was verpacht, iets wat wij pas later ontdekten. Niet dat dat veel uitgemaakt had want wij deden wel meer dingen die eigenlijk niet mochten. Aardbeien plukken bijvoorbeeld. Niet om ze bij de tuinder in te leveren maar om ze zelf op te eten. Wat rook dat heerlijk als je voorbij zo’n veld kwam, dat was niet te weerstaan. 

Op een keer waren wij aan het vissen (lees: stropen) met een net en we hadden er al aardig wat gevangen toen we in de verte een politieagent aan zagen komen fietsen. Agenten hadden in die tijd nog gezag en wij stopten vlug de zak met de gevangen vis tussen de spruitenplanten op het land. De agent bleek Cees de Haan te zijn, een aardige man die een neef van mijn vader was. Hij stapte af, keek naar het net dat in water lag, zag de dansende kurken en zei: ‘hé, er zitten er een paar in, jongens.’ ‘Ja, mijnheer’, zei een klein neefje van mij die meegegaan was, ‘en we hebben er nog veel meer, kijk maar.’ Hij liep naar het spruitenland en haalde de zak te voorschijn.

Om een lang verhaal kort te maken; neef of niet, wij moesten mee naar het politiebureau om strafregels te schrijven; ‘wij mogen niet in verpacht viswater vissen.’ Wij kregen een nieuw potlood en moesten net zo lang schrijven tot het potlood op was, zeiden de agenten die de grootste lol hadden. Gelukkig had iemand van ons een zakmes bij zich en we slepen, onder tafel, de potloodjes net zo lang tot we allemaal met een heel klein stompje zaten te schrijven. We mochten naar huis maar het net werd in beslag genomen evenals de vis. Ik denk dat veel agenten ’s avonds een gebakken visje bij hun eten hadden.
 
Ik heb daar meermalen snoeken van een meter uit die wetering gehaald enkel en alleen met een schepnet dat we, als we ergens een snoek zagen liggen, heel zacht in het water lieten zakken om het daarna heel langzaam over z’n kop te schuiven. Als je de snoek raakte was hij weg maar als het grootste gedeelte van z’n lijf in het net zat draaiden we de steel snel een kwart slag en hesen de snoek zo het water uit. Dat was pas spannend, vooral omdat het niet mocht. Maar ja, d’r mag zoveel niet. Bovendien zetten we de snoeken meestal weer terug.
 
Ik hoop dat deze misdaad inmiddels verjaard is evenals al die andere die ik in mijn jeugd begaan heb.

 
Teun Rijsdijk.