Arie van Vliet rond 1968.

 

Aad van Vliet is de zoon van scheepsbouwer Anthony van Vliet, die wethouder en loco-burgemeester van Ridderkerk is geweest. Op 28 november 1942 komt vader Anthony te overlijden. Zijn zoon Arie van Vliet, de broer van Aad, volgde hem op als directeur van de scheepswerf De Groot & Van Vliet. Arie van Vliet belandde tijdens de oorlogsjaren twee keer in de gevangenis. Op 1 mei 1943 werd hij samen met mededirecteur Ir. F. Spreij en een aantal werknemers gearresteerd naar aanleiding van de uitgebroken April -meistaking op de werf. Ze verdwenen in kamp Vught. De Duitsers hielden de twee directeuren verantwoordelijk voor de uitgebroken staking. Van Vliet werd op 10 mei 1943 voor de tweede maal gearresteerd en daar opnieuw gevangen gezet. Dit keer omdat hij vanuit een schuilplaats joodse en andere gevangenen fotografeerde die in Hendrik-Ido Ambacht graafwerk verrichtten. Hij herkende er mensen van die hij tijdens zijn eerste gevangenschap in Vught had leren kennen. De Duitse bewakers betrapten hem. Ook deze keer weet hij te overleven. Maar ook daarvoor, in de meidagen van 1940, beleeft hij een hachelijk avontuur als hij weigert zich als soldaat krijgsgevangen te laten maken:

Aad, je broer werd voor de inval van de Duitsers opgeroepen voor militaire dienst. Hoe is dat toen verlopen?
Hij ging, net als ieder ander, bij de mobilisatie gewoon voor zijn nummer. Ergens in Limburg, in de buurt van Venlo, was hij gelegerd. Bij de inval op 10 mei 1940 zat hij daar.

Hij kon krijgsgevangen worden gemaakt? 
Ja, en dat wilde hij beslist niet laten gebeuren. Op 14 mei stapte hij daarom naar zijn commandant en vertelde hem dat. Die maakte eerst bezwaar maar liet hem uiteindelijk gaan met de woorden:" OK, het is je eigen verantwoordelijkheid". Hij is toen terug gelift naar Alblasserdam. Bij het huis van Jessica Smit - je weet wel dat huis op de splitsing van de Noord en de Lek, het staat er nog - nam hij een roeiboot en voer naar de overkant.

Op dat moment zaten de Duitsers al hier. Lukte hem dat?
Natuurlijk werd hij opgemerkt zo tegen donker. De Duitsers zaten in de watertoren. Halverwege werd hij onder vuur genomen. Hij ging ogenblikkelijk plat in de roeiboot liggen, trok snel zijn kleren uit en liet zich in het water zakken. In zijn onderbroek zwom hij naar de overkant. Bij Sloof, aan de Ridderkerkse kant, klom hij aan wal. Door de tuintjes rende hij naar ome Jan Verduin in de Willemstraat 39c. Daar bracht hij de nacht door. De volgende dag meldde hij zich bij de Ortskommandant in de Nassaustraat. Die keek hem doordringend aan, ging daarop plechtig staan en zei: "Herzlich gratuliere, mijn mensen zeiden dat u dood was".
Hij gaf hem een pas en stuurde hem terug naar Limburg. "Ga je daar maar melden".'

Heeft hij dat gedaan? 
Ja. Ik was toen 15 jaar en heb hem, op weg naar zijn eenheid, begeleid tot aan het pontje van het veer bij Kinderdijk. Cor, de vaste chauffeur van de werf, bracht ons weg. De Duitse soldaat bij het veer wilde Arie niet naar de overkant laten gaan. Maar Arie bleef maar praten en aandringen. Plotseling trok de soldaat zijn pistool. Ik schrok vreselijk en doodsbang dat hij hem zou doodschieten. De soldaat kalmeerde pas toen mijn broer zijn pas van de Ortskommandant tevoorschijn haalde. Hij ging daarna door naar Limburg en heeft zich daar gemeld. Na 14 dagen was mijn broer weer thuis!1
Dick de Winter