Contact gegevens

Kerksingel 26
2981 EH  Ridderkerk

Email algemeen: info@oudridderkerk.nl

Bankrekeningnummers:

NL40RABO0355484838

NL93INGB0004208049

KvK-nummer: 41126694

RSIN: 009623851

 

Openingstijden:

 

Woensdag 13:30 - 16:30 uur
Donderdag 13:30 - 16:30 uur
Vrijdag 13:30 - 16:30 uur
Zaterdag 13:30 - 16:30 uur

 

Toegang is gratis!

Expositie Agenda.


Donateur worden?


Privacy-verklaring


Deze website wordt gebouwd, onderhouden, gehost en gesponsord door:


 

Dirigent Joost van Beek dirigeert de samenzang op het Raadhuisplein.

 

Op Koninginnedag, die sinds Koningin Juliana regeerde, op 30 april gevierd wordt, was het altijd feest. Weken van tevoren hadden alle schoolklassen liedjes geoefend als “Schildwachtje, wend je hoofdje niet”,  “In naam van Oranje”, “Wilt heden nu treden” enz. Het Wilhelmus hoefden we nauwelijks te oefenen, dat kenden we, in tegenstelling tot veel landgenoten van nu, uit ons hoofd. Op Koninginnedag werden we klassikaal afgemarcheerd naar het gemeentehuis voor de samenzang o.l.v. mevrouw Grimberg-Huizer. Ze dirigeerde ons geloei vanaf het bordes van dat mooie gemeentehuis dat we vroeger hadden voor dat het opgeofferd werd aan de vooruitgang die wij Ridderhof noemen. 

Natuurlijk probeerde je de leerlingen van de andere scholen de loef af te steken door wat harder te schreeuwen of wat eerder te beginnen wat soms lukte. Je zag ze meer als concurrenten dan als lotgenoten. Na afloop gingen we weer terug naar school waar we na een traktatie van Hare Majesteit spelletjes deden als koekhappen en blokje rapen. De blokjes vlogen je daarbij soms om de oren terwijl leerlingen op de gladde houten vloer van de gymnastiekzaal enorme schuivers maakten.

‘s Middags waren we vrij en gingen we naar de wei van Groenenboom waar je kon kuipsteken, (zittend in een kruiwagen een stok steken door een veel te klein ringetje waarbij je, als je miste een partij water over je heen kreeg. Dit tot algemeen genoegen van de omstanders) mastklimmen, (een lange paal die rechtop in de grond gezet was en waar aan de bovenkant een wagenwiel zat waar worsten enz. in hingen die je na de paal beklommen te hebben mee naar beneden mocht nemen. De moeilijkheid was dat die paal ingesmeerd was met groene zeep zodat het resultaat meestal was dat je kleren onder de groene zeep zaten maar dat je zonder worst thuis kwam) hanengevecht, (twee jongens, of mannen, die, zittend op een horizontale paal die ongeveer één meter boven de grond bevestigd was, moesten proberen de ander met een kussen van de balk te slaan waarbij ze soms allebei tegelijk vielen) en natuurlijk ook zaklopen.

Op een keer had mijn vader mij opgegeven voor het zaklopen. Nou is zaklopen eigenlijk een misleidend woord, want je kon helemaal niet lopen in zo’n zak. Dat ging even moeilijk als lopen met een paar nieuwe klompen waar het touwtje nog aan zat, dat schoot ook niet op. Je moest niet lopen, je moest huppen. Maar ja, zakhuppen klinkt natuurlijk niet. Als je zei dat je kampioen zakhuppen voor jongens van Ridderkerk was werd je overal weggehoond. Dus heette het zaklopen, maar het bleef huppen. Het ging als volgt; Je stapte in zo’n muffe aardappelzak waarvan er eind april toch genoeg waren, trok hem strak onder de oksels, zocht met je voeten de punten en bewoog je met kleine hupjes voorwaarts. Ik schrijf met opzet; kleine, want als je te gretige huppen nam ging je onherroepelijk op je gezicht. Net als een schaatser die op de punten van zijn schaatsen rijdt.

Ik had thuis op het straatje achter ons huis geoefend en dat ging goed. Volgens de buren had ik, mits ik voorzichtig werd gebracht, alles in me om een grote zakhupper te worden mede omdat ik als één van de weinigen een vlak schema kon huppen. Ik was dan ook voorbestemd om de naam van de familie Rijsdijk tot ver over de gemeentegrenzen bekend te maken, en over vijf jaren zou mijn naam door iedere zakhupper met ontzag uitgesproken worden. De tekening voor de prijzenkast lag al ter goedkeuring bij Bouw- en Woningtoezicht. 

Ik was op tijd op het weiland voor de warming-up en toen de wedstrijd daar was hees ik me in een zak terwijl mijn vader, die in zijn jeugd ook een niet onverdienstelijke zakhupper geweest was, mij nog enige technische tips toevertrouwde. Ik zou in het tweede gedeelte van het parcours toeslaan als de concurrentie verschijnselen van vermoeidheid begon te vertonen. Ik viel in het startschot, maar helaas, ik zat niet goed in de wedstrijd en halverwege spatte mijn droom letterlijk uiteen in één van de vele koeienvlaaien waarmee de wei feestelijk opgesierd was. Vanaf het naburige weiland keken de koeien verbaasd herkauwend naar zoveel uitingen van gekke mensen ziekte.
Maar het leven ging verder en ‘s avonds was er op dezelfde wei een feestprogramma waar ik met een schoolvriendje naar toe ging. Van zeildoek en planken was een overdekt podium gebouwd waar toen bekende artiesten optraden als Het Hotcha Trio, (mondharmonica’s) Helma en Selma, (zingende zusjes) of Jan Tromp, (kunstfluiter die op zijn vingers toen bekende smartlappen als “Droomland” floot) en dit alles met grappen en grollen aan elkaar gepraat door een conferencier. (Frans Vrolijk of een kloon daarvan omdat Kees de Lange te duur was en Mans Uut Twente te veel reiskosten vroeg)
Soms werd er een film gedraaid van George Formby met zijn ukelele, (“Zet hem op, George”) of van Norman Wisdom (de vierkante rekruut).

Als je dan “s avonds laat moe, tot je enkels onder de koeienpoep, maar voldaan thuiskwam, had je een leuke Koninginnedag gehad. Een carrière als zakhupper zat er toch niet in.

 

Teun Rijsdijk.