Joop Rook mocht in 1943 de eerste steen leggen voor de technische school.

 

J.B.A. Rook, sociaal-democratisch politicus en vakbondsman in Ridderkerk
Een gesprek met mevrouw Maria Rook-De Jong, schoondochter van J.B.A. (Joseph Bertus Adrianus) Rook, Ridderkerks gemeenteraadslid van de Sociaal-Democratische Arbeiders Partij (SDAP) en de Partij van de Arbeid (PvdA). Joop Rook was na de Tweede Wereldoorlog wethouder in onze gemeente.

 Wat voor man was uw schoonvader? 
'Joop Rook werd in 1896 geboren en was al jong geïnteresseerd in politiek en vakbeweging. Hij groeide op in Krimpen aan den IJssel. Hij was een 'vechter', een sociaal-bewogen man met een grote drang naar rechtvaardigheid. Hij droeg op een fatsoenlijke manier zijn sociaal-democratische overtuiging uit. Hij had niet veel opleiding, maar ontwikkelde zich door zelfstudie. Een belangrijke leerschool was de dagelijkse praktijk in de partij en de vakbeweging, het sociaal-democratische Nederlandsch Verbond van Vakvereenigingen (N V V). Zo klom hij op in de maatschappij.
Hij werkte in Rotterdam in de metaalindustrie maar werd ontslagen. Waarom? Hij was een actief lid van de Algemene Nederlandse Metaalbewerkerbond (ANMB) en nam geen blad voor de mond. Daarna kwam hij als gesalarieerde in dienst van de ANMB. De bond was aangesloten bij het N V V.'
Kwam hij op die manier in Ridderkerk?
'Ja, hij kreeg als standplaats Ridderkerk. Daar moest hij de ingeslapen afdeling van de ANMB nieuw leven inblazen. Hij zocht persoonlijk contact met de arbeiders. Propaganda maakte hij door op een kist bij de uitgang van de scheepswerven, maar ook op andere plaatsen, te gaan staan. Daar besprak hij samen met de arbeiders de problemen van het werk en de actuele politiek. Hij was een behendig debater. De arbeiders merkten dat hij het voor hen wilde opnemen. Het had succes, de afdeling groeide. In 1927 werd hij in de Ridderkerkse raad gekozen waar hij verbaal menig robbertje uitvocht met wethouder Jac. Groenenboom van de Vrijheidsbond. Mijn schoonvader heeft voor de oorlog een belangrijke rol gespeeld bij het oprichten van de technische school. Velen in de raad wilden dat het een christelijke school zou worden. Dat gaf me politiek een consternatie! Pas tijdens de oorlog is de neutrale technische school er gekomen. Als wethouder Onderwijs, Cultuur en Volksontwikkeling, maar dat was na de oorlog, heeft hij zich ingespannen voor de komst van de openbare school De Donck in Slikkerveer.'
Hoe was de houding van de confessionelen? 
'Ze moesten die socialisten niet! Toen een dominee die gesteund werd door een groep van de Christelijke Jongemannenvereniging, bij een verkiezingstoespraak bij Punt kwam ageren en in debat ging, wist mijn schoonvader op een kundige manier die dominee af te schudden. Hij kende zijn bijbel! Van de omstanders klonk gejuich. En voor de oorlog kwam op Koninginnedag de christelijke school met opzet in optocht voor de deur van het eigen zaaltje aan de Oranjestraat 1 staan om daar demonstratief het Wilhelmus zingen. Maar hij was helemaal niet tegen het koningshuis. Wisten zij veel, Na de oorlog kreeg hij een lintje! 'Rooie Rook' werd hij genoemd. Mijn schoonmoeder Cornelia de Groot kon slecht tegen de schimpscheuten die ze op straat hoorde. Ze was veel fijngevoeliger dan Rook. Die sliep wel goed. Hun zoon Koos - mijn man na de oorlog - had als kind ook te lijden van pesterijtjes. Hij werd met stenen bekogeld en, moetje nagaan, er werd wel eens een arm door klasgenoten naar hem opgeheven! Mijn schoonvader organiseerde ook altijd het Sinterklaasfeest voor de kinderen van leden van partij en vakbeweging. De christelijken klopten dan om te pesten op het raam. Maar dat kon hem niks schelen. Er waren gelukkig altijd medestanders die waardering voor mijn schoonvader hadden en hem steunden.1
En de confessionele arbeiders in de bedrijven. Hoe reageerden die?
Ze waren vaak hatelijk, tegen protestacties en stakingen. De bond van mijn schoonvader was vooral sterk in Bolnes, bij Boele. In Bolnes heerste een 'stadse' sfeer, meer dan in andere kernen in de gemeente. De werkgever kon daardoor in Bolnes minder invloed op.het gedrag van de werknemers uitoefenen. Met Cor Pot van Electro/Slikkerveer heeft hij meermalen aan de stok gehad. Industrieel Cor Pot was een autoritaire man. Die vond staken immoreel. De mensen waren in die tijd nogal onderdanig. Ze waren bang voor hem. Als je lid van de Bond was, kon je ontslag krijgen. Cor Pot was ook de uitvinder van het muziek-tekensysteem dat onder de naam Klavarscribo wereldberoemd is geworden. Ik werkte toen bij Klavarscribo. Ik was nog niet met zijn zoon Koos getrouwd, maar had wel verkering met hem. Ik vond Rook een aardige man en nu moest uitgerekend ik voor het krantje van Electro een stukje tikken dat tegen mijn schoonvader was gericht! Het carbonnetje, de doorslag, nam ik stiekem mee en liet het mijn aanstaande schoonvader lezen. De volgende dag ging ik naar Cor Pot en vroeg hem of hij wel wist dat ik met Rooks zoon 'ging'. Hij begreep toch zeker wel dat ik grote moeite had om dat te tikken. Cor Pot sussend:" Tik het nou maar. Hij heeft heus zijn woordje wel terug". En dat gebeurde ook.
Jan den Otter was mijn chef. Het was een aardige man. In zijn kantoorboekhandel verkocht hij Klavarscribo-muziek. Hij kwam in de oorlog nog al eens te laat of stond in een hoekje met iemand zachtjes te praten. Ik dacht soms even: "Hij zal toch niet bij de ondergrondse zijn?" Dat hij dat onder zijn schuilnaam "Jacob" inderdaad was en een grote rol speelde, kon ik toen niet weten.'
Politiek was alles voor Rook?
'Ja, thuis ook. Als de familie Rook met vakantie ging - nooit in het buitenland -stond mijn schoonvader toch de hele vakantieperiode op scherp. Als het noodzakelijk was voor een belangrijke bespreking naar Ridderkerk terug te gaan, dan deed hij dat. Geen enkel probleem. De politiek ging voor.'
Was er berusting bij de arbeiders in de jaren dertig?
'Volgens mij niet. De bond voerde in elk geval actie. Er was grote armoede. Mijn ouders waren lid van de SDAP en de vakbeweging. In de Oranjestraat, in het gebouw van de ANMB, werd gestempeld in de jaren dertig. Als de mannen terugkwamen, bleven ze in het huis van mijn ouders, in de Willemstraat, thee drinken. Mijn vader werkte altijd bij Schram maar was in die jaren werkloos. Om geld te sparen, knipte moeder het haar van de werkloze mannen. Mijn schoonvader bracht ook cultuur naar Ridderkerk. Enkele keren in het jaar kwam er een amateurtoneelgezelschap van de SDAP uit Rotterdam bij ons optreden. Ze speelden bijvoorbeeld Heijermans Op Hoop van Zegen. Er was ook een socialistische muziek- en een zangvereniging (Stem des Volks). Op de zang heb ik mijn man Koos ontmoet. Ik zag mijn schoonvader eens met een rood aangelopen gezicht met het muziekcorps door Slikkerveer lopen. Hij blies op zo'n grote trombone. Op zondagochtend las hij in het gebouw voor uit een roman van de Arbeiderspers, Er zaten dan mensen te luisteren. Hij discussieerde met ze. Net zo als hij dat thuis ook altijd deed. Hij wilde altijd informeren en discussiëren. Opvoeden eigenlijk. Voor de werklozen heeft mijn schoonvader zich zijn hele leven ingespannen. In de crisistijd werd door leerkrachten van de Nutsschool in het gebouw van de Bond 's avonds lesgegeven. Wie er kwamen? Geïnteresseerde leden van de vakbeweging die geen werk hadden. De partij wilde hem in Den Haag in de Tweede Kamer hebben, maar dat wilde hij niet. Hij wilde 'lokaal' blijven.'
Zag hij de oorlog aankomen?
'Natuurlijk. Toen de Duitsers binnenvielen is het gezin korte tijd naar Krimpen aan den IJssel gevlucht. Hij heeft als politiek gijzelaar samen met industrieel Schram en dominee Van den Boogert in Sint-Michielsgestel gevangen gezeten. Ze kwamen hem in de Oranjestraat ophalen. Toen hij vrijgelaten werd zat hij aansluitend zes maanden in het concentratiekamp Amersfoort en acht maanden in kamp Vught. Bij terugkomst woog hij nog maar 50 kilo. Zijn gezondheid is er doorgeknakt. Ook zijn ze nog uit hun huis gezet. Er moesten Duitsers in het Bondsgebouw ingekwartierd. Ze vonden een nieuwe woning in Oud-Patrimonium.'
Rook is op een treurige manier gestorven.
'Ja, in 1961 overleed hij in het gemeentehuis waar hij een koninklijke onderscheiding zou uitreiken aan jubilaris B. de Jong van N.V. Electro. Na enkele woorden voelde mijn schoonvader zich onwel worden, hield op met spreken en ging even zitten. Kort daarop stierf hij aan een hartverlamming. Zijn plotselinge dood was een enorme slag. Hij heeft veel voor de zwakkeren in de samenleving gedaan.  Dat mag niet vergeten worden. Cor van den Berg volgde hem op als wethouder.
'Dick de Winter;