Contact gegevens

Stichting Oud Ridderkerk

Kerksingel 26

2981 EH  Ridderkerk

Telefoon: 0180 - 430615

Email algemeen: info@oudridderkerk.nl

 

Openingstijden:

Woensdag 13:30 - 16:30 uur
Donderdag 13:30 - 16:30 uur
Vrijdag 13:30 - 16:30 uur
Zaterdag 13:30 - 16:30 uur

 

Toegang is gratis!

Expositie Agenda.


Donateur worden?


Privacy-verklaring


 

In januari 1887 stond Slikkerveer op de kaart met internationale schaatswedstrijden. Dit is de voorkant van het programmaboekje dat toen verkrijgbaar was.

 

Op 19 januari 1887 was Slikkerveer het decor van internationale schaatswedstrijden. Ongeveer een jaar ervoor, reeds op 13 februari 1886, had burgemeester L. Kruijff in een publicatie het publiek uitgenodigd om van hun belangstelling voor de nationale hardrijderij op schaatsen te doen blijken en daaraan ook mee te werken. Uiteraard had hij de bevolking op het hart gedrukt bij dit feest, zoals hij het noemde, vooral de orde te bewaren. 

De Koninklijke Nederlandsche Schaatsenrijderbond maakte er dat jaar in haar algemene vergadering een internationale wedstrijd van. Een voor amateurs en een voor professionals. Daarmee was het onbekende Slikkerveer, een van de dorpen van Ridderkerk, op de kaart gezet. De ijsclub Kralingen & Omstreken werd met de organisatie belast. De Engelse gebroeders Tebbitt kwamen met hun ouders uit St. Ives over. Verder meldden zich de Noor Harald Hagen, Werner en Franklin uit Amerika, de beroemd rijders Wallis, Curtes en Goodman en bekende hardrijders uit Groningen en Friesland. Er waren ook Duitse amateurs, waaronder  Gronemann uit Drontheim en Emil Strathus uit Hamburg en de Deen Grothe uit Kopenhagen. Jammer was het dat de bekende Noor Axel Paulsen niet kon komen. Hij had verplichtingen in Canada.

De wedstrijdbaan in Slikkerveer, ( in polder Donkersloot) kreeg de wedstrijdbaan een breedte van 12 meter met aan het eind een bocht met een straal van 50 meter. Aan de ene kant was een afgesloten baan gemaakt waar je voor 1 gulden toegang kreeg. Aan de andere kant, ook afgesloten, betaalde je 25 cent. Deze baan was even breed als de hardrijderbaan. De rest van de ijsvlakte was vrij toegankelijk. De hele oppervlakte van de ijsvlakte van de onder water gezette polder Donkersloot bedroeg 30 ha. Er waren tenten voor de commissarissen, twee muziektenten en een flinke restauratie. Deze restauratietent aan het eind van de ijsvlakte, 8 bij 10 meter, stond op de afscheiding van het gratisgedeelte en het gedeelte waar 25 cent geheven werd. De rijders konden van alle kanten bediend worden.
Het water onder het ijs was 60 cm diep. Op 5 januari was op de zwakste plekken, zo meldt het Rotterdamsch Nieuwsblad, 8,5 cm gemeten. Gevaar was er niet. Toch stonden op het ijsterrein allerlei reddingsattributen klaar, zoals lichte ladders en een soort wagentjes waarop lange lijnen waren gebonden die eventueel aan drenkelingen konden worden toegeduwd.
Het hoofdbestuur van de Nederlandsche Schaatsenrijdersbond onderzocht de baan op 4 januari en keurde die goed. Hij was spiegelglad.

Dooi
Helaas werkte het weer niet mee in de maand januari 1887. Eerst zag het er nog wel goed uit, maar invallend ‘onmeedoogend dooiweder’, afgewisseld door vriesweer, maakte dat de wedstrijddatum steeds meer opgeschoven moest worden.
Ook op 18 januari voorspelde de grauwe lucht helaas weinig goeds. De dag ervoor hadden nog duizenden mensen geprofiteerd van van de gunstige omstandigheden. 

Het Rotterdamsch Nieuwsblad van 18 januari: “ Schooner dag kon men zich voor het ijsvermaak niet wenschen. Reeds vroeg stroomden gistermorgen een groot aantal stadgenooten met de schaatsen onder den arm naar Slikkerveer, terwijl in den namiddag, zooals wij vermeld hadden, vele Rotterdammers zonder schaatsen kwamen, alleen om de baan in oogenschouw te nemen. Doch niet alleen van hier, ook uit Dordrecht en omstreken en zelfs uit de omstreken van Leiden waren liefhebbers en nieuwsgierigen gekomen. De leege magen hadden het wel wat hard te verantwoorden; voor twaalf uur was er nog niets te krijgen, dat den inwendigen mensch kon versterken, en toen de voorraad kwam, was deze zoo spoedig uitgeput, dat men zich met enkele gebakjes moest tevreden stellen. Van 1 tot 4 uur liet het muziekcorps der Jagers zijn vroolijke tonen horen, dat in de eerste plaats de bewoners van Slikkerveer naar het ijs lokte en die dicht om de tent geschaard waren. 
Door de sterken wind waren op enkele plaatsen gaten in het ijs gekomen, doch deze waren voldoende afgebakend om ongelukken te voorkomen.”

Maar dat was gisteren. De 18e januari begon het te sneeuwen. De wedstrijd, zo werd gezegd, zou de volgende dag ‘onherroepelijk doorgaan’. 
De Noord zat vol ijs. Er was zware ijsgang. Voor de reederij Fop Smit & Co was het een grote tegenvaller. Hun diensten hadden ze moeten staken. Onderhandelingen van de reederij om door stoom- en sleepboten de rivier bevaarbaar te houden waren op niets uitgelopen. De schaatsliefhebbers konden dus niet meer door de Fop Smit-boot bij het ijsterrein afgezet worden. Ze zouden een andere weg moeten zoeken om het schaatsterrein te bereiken. Maar hoe?
De Internationale schaatswedstrijd is ook door A.B. Maliepaard beschreven in het boekje Slikkerveer, van dorp tot wijk (no. 39 van de SOR, augustus 2003), door J.A. Crezée in Bulletin 28 van de SOR, juni 1990 en door J. van der Es in Selectie Ridderkerk 180 reproducties van ansichtkaarten uit de periode 1900-1915, Boekhandel-Drukkerij M. Sanders-Ridderkerk, februari 1972.


Dick de Winter

07-02-2013