Een schoolfoto uit 1924. Links juffrouw Dekema, geheel rechts mijnheer Burggraaf, tweede van rechts juffrouw Kranendonk.

 

Het zal sommigen onder u zo langzamerhand wel bekend zijn dat ik mijn lagere schooltijd op de Dr. Abraham Kuyperschool doorgebracht heb. In mijn jeugd was het zo; als je Gereformeerd was ging je naar de Kuyperschool. Was je Ned. Hervormd dan ging je naar de 'Kerkwegschool' zoals wij zeiden, en als je niet kerkelijk was ging je naar de Openbare School aan de Kerksingel, door ons ook wel 'Openbare kwikkwak' genoemd. Waarom weet ik niet. Die school was gevestigd in het pand waar nu de Oudheidkamer zetelt. Wij waren thuis Gereformeerd en dus ging ik begin september 1949 op zevenjarige leeftijd naar de Kuyperschool.
Juffrouw Kranendonk
In de eerste klas werd ik geconfronteerd met juffrouw Kranendonk, die met haar eveneens ongetrouwde zuster aan de Kerksingel woonde. Juffrouw Kranendonk hield van nette en welopgevoede kinderen. Zij had er b.v. een hekel aan als je met je handen op het blad van de schoolbank zat want dan had je grote kans dat er een zwiepend liniaaltje op neer kwam. Dat deed je dus maar één keer en dan was je wel genezen want dat kon gemeen zeer doen. Nee, de armen over elkaar en zo ver mogelijk achteruit met je hoofd waarbij je ruggengraat bijna een hoepel werd, vooral als ze vroeg wie het bord wilde schoonmaken.
Het was een Christelijke school en al in de eerste week leerden we een Psalmversje. Ik herinner het me nog goed, Psalm 139 vs. 14; 'Doorgrond m'en ken mijn hart, o Heer', en elke keer dat ik alleen de melodie maar hoor zie ik juffrouw Kranendonk voorin de klas driftig de maat slaan.
Wij moesten elke week één Psalm versje uit ons hoofd leren en het dan op maandagmorgen voor de klas opzeggen. We kregen er zelfs een cijfer voor op het rapport. Dat was één van de cijfers waar mijn vader het eerst naar keek als wij met ons rapport thuiskwamen. De rest, rekenen en zo was niet zo belangrijk. Psalmversje, Gedrag, Vlijt en Netheid, daar ging het om in het leven, was zijn standpunt en o wee als je er zelfs maar een half puntje op achteruit gegaan was. Gelukkig heb ik met tekst uit mijn hoofd leren nooit veel moeite gehad dus leerde ik het versje tijdens de morgendienst in de Geref. Kerk aan de Kerkweg tijdens de preek uit mijn hoofd doorliet een aantal keren te lezen. Natuurlijk wel stiekem want anders kreeg ik een por van mijn vader die naast me zat. Later op de MULO moesten we elke week een zondag van de Heidelbergse Catechismus uit ons hoofd leren. Dat was wel andere koek want die zondagen konden knap lang zijn.
Straffen
De straffen op school waren niet misselijk onder het motto; 'wie zijn kinderen liefheeft,, kastijdt ze.' 'Wie niet horen wil moet maar voelen', was er een variant op want sommige van die straffen waren tamelijk fysiek, zoals dat tegenwoordig heet. Tegenwoordig hoef je daar bij de ouders niet meer mee aan te komen, maar wij zeiden er thuis niks over want dan had je kans dat je vader het nog een dunnetjes over deed onder weer een ander motto; 'je zal het er wel naar gemaakt hebben.'
In de vierde klas kreeg ik meester van Hovingh waarvan wij wisten dat hij met juffrouw Akkerman die lerares van de tweede en de derde klas 'ging.' Toen ze later trouwden mocht zij geen les meer geven, dat was toen zo. Ze wonen op het moment van schrijven op Alblasserdam. Een paar jaar geleden zijn mijn vrouw en ik er nog op visite geweest.
Meester van Hovingh was ook niet zachtzinnig. Als iemand het erg bont maakte had hij de gewoonte diens oorlel tussen duim en wijsvinger te pakken en er op zijn gemak mee naar het bord te kuieren, de ongelukkige zondaar half struikelend achter zich aan slepend.
Ik ken kinderen van wie de oren toen ze van school afkwamen tot twee keer de oorspronkelijke maat van toen ze naar klas 1 gingen, aangenomen hadden en wat natuurlijk nooit meer over ging. Een paar maanden geleden ontmoette ik een oud klasgenoot in de Ridderhof en ik herkende hem het eerst aan zijn oren die nog steeds van het type 'zeiloren' waren. Als je extra pech had greep meester van Hovingh je steeds bij hetzelfde oor wat natuurlijk een onevenwichtige verhouding gaf.
Ook strafregels schrijven was heel gewoon; 'als de meester aan het woord is moet ik mijn grote mond houden'. Ik heb deze zin, of een variant daarop, regelmatig honderd keer moeten schrijven tijdens mijn schooltijd. Ook in de hoek zetten was heel populair bij het onderwijzend personeel. Ik kan u verzekeren dat het een heel aparte kijk op het schoolgebeuren geeft als je met je rug naar de klas hoort wat daar allemaal plaatsvindt. De hoeken van de klaslokalen heb ik veelvuldig gezien, allen die bij de deur niet omdat het problemen gaf als iemand de deur open wilde doen en dat niet kon omdat er een stoute leerling zijn straf uit stond te staan. Schoolblijven, ook zoiets. Wij hadden later op de MULO een leraar die uitging van het principe; 'wij hebben met zijn dertigen twee minuten op jou moeten wachten, dus moet jij maar een uur nablijven.'
Omdat er een groot tekort aan leerkrachten was kregen wij op de MULO soms leraren die daarvoor op de lagere school lesgegeven hadden met alle gevolgen van dien. Zo was er één die op een keer tegen twee leerlingen die iets uitgehaald hadden, zei; 'ga in de hoek staan', waarna ze allebei in dezelfde hoek gingen staan. Dat was natuurlijk niet de bedoeling maar gaf wel veel hilariteit.
Ik moet u eerlijk bekennen dat ik toen dingen gedaan heb waar ik niet trots op ben , en die ik nooit, nooit, nooit aan mijn kleinkinderen zal vertellen.
(Gedeeltes  van  deze  tekst komen  ook voor  in  mijn in 1999 verschenen boekje ' 'Schooltijd' uitgegeven door de Stichting Oud Ridderkerk (nr. 30), wat nog steeds te koop is).

 


Teun Rijsdijk.