De Nutsschool in de Willemstraat, Slikkerveer.

 

Leen Bode: 'In 1940 zat ik in de 3e klas, ik was 9 jaar. Cor Pot van Electro liet de Nutsschool samen met de gemeente bouwen. Koerselman was het eerste hoofd van de school. Hij had eens gezegd dat de school alleen voor 'middenstanders' was. Maar daar ging de gemeente niet mee akkoord. Ook de dijkkinderen moesten les kunnen krijgen. Die hoorden er ook bij. 
Koerselman was een zeer strenge bovenmeester. Ik was bang voor die man. In 1937 stierf Koerselman plotseling. Ik zag het gebeuren. Hij stapte op school zijn kamertje binnen, zakte in elkaar en was dood. De begrafenis staat in mijn geheugen gegrift. Een vrouw die naast me stond, zei tegen me toen ze de grote hoeveelheid bloemen zag: "Hij moet haast wel wakker worden door de geur van al die bloemen!"
Na Koerselman kwam als hoofd van de school Verhoeven, de vader van 'Paultje', een klein kind nog. Later, zo je weet, een gevierd regisseur. Verhoeven kon vreselijk vloeken. Maar ik was niet zo bang van hem als van Koerselman. 
In de oorlog moest voor de luchtbescherming geoefend worden in school. Als Verhoeven dan 3 keer op een hoorn blies dan renden we onder veel gelach over de bruggetjes het bouwland naast de school in. Daar gingen we in de greppels liggen. Blies hij 1 keer dan moesten we direct onder de bank gaan zitten. De ramen op school waren afgeplakt. Als de ramen er bij een bombardement uit gingen konden de glassplinters op die manier vastgehouden worden. Ja, ook thuis was er verduistering. Verschillende keren zijn de Duitsers ingekwartierd geweest in de school. Klas 1 en 2 hadden dan geen school. De andere klassen gingen dan afwisselend 's morgens en 's middags naar de school op het latere Churchillplein.
Ik weet nog dat uit boeken die op school gebruikt werden, sommige bladzijden door de leerkrachten eruit waren gescheurd. Over het 'waarom' werd tegen ons niets gezegd. Ook werden bepaalde boeken weggestopt. Toen in 1943 Verhoeven naar Den Haag ging kwam De Bilde als hoofd. Ik heb hem nog even op school meegemaakt: een fijne leraar.'

Moest je tijdens de oorlog beukennootjes en eikels rapen in het Donckse bos?
'Ja, met een leerkracht liepen we er heen. Het was voor voedsel voor de dieren. Er was te weinig vlees. Maar dat werd niet tegen ons gezegd. Bij Huys ten Donck leverden we alles in. Hoe lang we bezig zijn geweest? Ik denk zo'n anderhalf uur.'

Heb je nog op het 7e en 8e leerjaar gezeten?
'Nee, er waren maar 6 klassen. Een 7e en 8ste leerjaar? Die waren er bij ons niet. Ik denk dat de leerlingen verzameld werden op de Singelschool waar wel een afdeling openbaar voortgezet gewoon lager onderwijs (vglo) was. Tussen mijn twaalfde en veertiende bleef ik thuis. Er was toch weinig controle. Op mijn veertiende zei mijn vader: "En nou werken".'

Wat weet je nog van de eerste oorlogsdag? 
'Ik vergeet nooit dat er Nederlandse mariniers in de kranen van J. en K. Smit aan de overkant van de Noord zaten. Als ze maar even zichtbaar waren, werden ze beschoten door de Duitsers. De 40 man aan Duitsers die bij ons in Slikkerveer waren, zouden naar de Maasbruggen vertrekken, maar toen de capitulatie een feit was bleven ze hier ingekwartierd. Ze verplaatsten zich vaak 's nachts. Ik werd er wakker van.
Na de oorlog zijn enkele soldaten teruggekomen naar het adres van inkwartiering, met foto's. Weet je wat een van hen zei nadat hij te horen had gekregen dat veel joden op beestachtige wijze om het leven waren gebracht: "Als ik van hogerhand weer opgeroepen wordt dan doe ik het weer".'


Heb je honger en kou geleden?
'Reken maar. Vooral het laatste jaar met de Hongerwinter. Je kon mijn ribben tellen! Al in 1943 ging ik tarwe stelen op het land. Ik duwde een schoof tarwe in een zak en knipte snel de stengels door. Thuis werd er brood van gebakken. Een keer kregen wij schoolkinderen te eten in de Electrozaal. Dat was in 1943/44. We kregen bruinenbonensoep. Volgens mij was het een initiatief van NSB-burgemeester Kattenbusch. In de Electrozaal werd wel eens een film gedraaid. Volgens mij ging dat ook uit van Kattenbusch. Het was propaganda voor de Jeugdstorm.
Er was ook een schreeuwend gebrek aan brandhout. Daarom ging ik met anderen naar het Duitse marinekamp om hout te stelen. Om het kamp was een prikkeldraadversperring. Daar was een doorgang in geknipt. Het kamp werd dag en nacht bewaakt. Gelukkig was in 1945 de bewaking niet zo streng meer. Het einde van de oorlog was immers in zicht. Maar soms werd er toch nog wel geschoten. Plat liggend achter een dijkje namen we het hout mee en konden ontsnappen via een plank over de sloot bij 'De tien plagen'.
In 1944, het laatste half jaar, tot aan de bevrijding was er ook geen elektriciteit meer. Dat werd daarna weer snel hersteld.'

Aan schoeisel was ook groot gebrek?
'Aan de deur kwamen ze klompen/schoenenbonnen brengen. Ik ging zelf naar de Pruimendijk. Daar was een klompenmaker die de maat opnam. Na een week kon ik ze dan afhalen. Ik heb ook nog een keer nieuwe schoenen gekregen. Schoenmaker Hoorman heeft die voor me gemaakt.'

Angst gehad?
'Ja, heel erg. Op een keer, mijn vader was er niet, hij was op eten uit. Mijn moeder was net bij mij in bed gekropen om het warm te hebben. Toen hoorden we opeens een vreselijke knal. Mijn moeder pakte me vast. 'Dit is het laatste', zei ze. Achter bij de oude haven bleek een V2 terecht gekomen te zijn. Precies in 'de Karrepit', een eilandje met riet dat van Schram was. Wel waren bij ons in de buurt door de luchtdruk de ramen eruit. Later hebben ze het daar volgestort met slakken van de rubberfabriek, oud ijzer enzovoort. Er ging een laag aarde overheen. Daarna werd er op getuind.'

En na de oorlog, heb je daar nog herinneringen aan? 
'Op het schoolplein van onze Nutsschool zag ik dat moffenmeiden werden kaalgenipt. Ze moesten bokkie springen en het Wilhelmus zingen.
Verder is me bijgebleven dat twee Duitsers zich hadden verstopt in het Donckse Bos, toen ze moesten vertrekken. Later kwamen ze bij de baron om water vragen. Die belde snel de Canadezen. Toen werden de twee opgehaald.
En in het gebouw van de ZABO zaten Canadezen. Er werd pudding gekookt. Ik ruik het nog. Ik haalde met mijn vingers het laatste restjes onder uit de gamel. Een 'Nederlandse' Canadees  zei dat ik de volgende dag om 12 uur bij hem kon komen eten. Dat deed ik natuurlijk. Ook kreeg ik sigaretten. Voor pa werd gezegd, maar natuurlijk ook voor mezelf. Als veertienjarige wilde ik er wel eens eentje opsteken.'

Hoe kijk je terug op de oorlog? 
'De oorlog was ellendig maar er was wel solidariteit. Dat wel'.

Dick de Winter