Bakkeer Vos met Tarvobrood, een echte Solex, antennes op het dak en de kinderen spelen nog op straat in plaats van op de stoep.

 

Er waren heel wat bakkers in Bolnes. Hoe gingen die met elkaar om?


"De bakkers van Bolnes kwamen - ik denk vanaf begin jaren 50 - allemaal regelmatig bij elkaar. Gewoon om het contact, maar ook om afspraken met elkaar te maken. Als het brood in prijs steeg was het gewoonte dat met alle bakkers te bespreken. Het was wel de bedoeling je daar dan aan te houden. Maar dat gebeurde soms niet. Grote gezinnen die veel brood in de week nodig hadden, kochten daarom de ene week bij de ene bakker want die verkocht het voor een paar centen minder. En de andere week weer bij ons maar dan voor de afgesproken prijs. Er was strijd onderling, want er kwamen steeds meer huizen bij. De bevolking van Ridderkerk en Rotterdam groeide. De bakkers deden alles om potentiële klanten aan zich te binden. Er werden zelfs hele taarten weggegeven. Als men wist dat een dochter van een vaste klant ging trouwen dan ging men zover in het nieuwe huis te gaan helpen. Als die klant maar binnen gehaald kon worden! Dat kon zo niet langer. In 1962 kwam een sanering. Iedere bakker kreeg voor zijn wijk een deel van Ridderkerk. Toen kon ook een vakantieregeling tot stand komen, ieder twee weken. Anderen namen dan je wijk over. Dat ging allemaal goed tot bakker Nugteren heel veel brood ging bakken en zijn personeel, zo zei hij, voor zichzelf liet rijden. Zo dacht hij onder de saneringsafspraken uit te komen. Mocht dat wel? We dachten een advocaat in de arm te nemen. Maar toen we zagen hoeveel dat ging kosten was dat gauw van de baan. Toen was de sanering over. De opkomst van de supermarkten in de jaren zeventig maakte dat het venten in de wijken eigenlijk voorbij was. De mensen gingen goedkoper brood kopen in de cash&carry bedrijven. Neem het ze eens kwalijk. Maar dat brood was wel van mindere kwaliteit."

 


Hoe paste je je aan?


"Belangrijk was datje met je tijd mee ging. Ontbijtkoek en beschuit verkopen: dat had totaal geen zin meer. In 1972 ging ik me daarom concentreren op het banketbakken in mijn banketbakkerij aan de Amerstraat. Dat banket was voor onze winkel in het pasgebouwde winkelcentrum Bolnes-Zuid. Die winkel hadden mijn vrouw en ik gehuurd. Niet samen met mijn broers. We wilden niet afhankelijk zijn. Broodbakken gebeurde alleen nog in de gemoderniseerde bakkerij aan de Wilhelminastraat. We leverden aan elkaar. En rekenden met elkaar af. Mijn vrouw heeft altijd hard meegewerkt. Eerst in de wijk en later in de winkel. Als je het niet samen doet, komt er niks van terecht. Ik bleef nog wel een jaar lang in dienst van mijn vader voor de Kampers brood bezorgen. Dat had ik al 7 jaar gedaan. Ik heb daar altijd een goed contact met de klanten gehad.
Ook wat nieuw was: we gingen verschillende soorten brood verkopen. Daar was steeds meer markt voor. De mensen gingen wat meer verdienen. Dan kan dat. En we hielden onze vaste klanten."

 


Wanneer stopte je vader ermee?


"In 1972. Mijn broers Cor en Leo namen de bakkerij van vader over. Twee jaar later, in 1974, ging Leo alleen verder. In 1981, toen we negen jaar in het winkelcentrum Bolnes-Zuid zaten, brandde het af. Een ramp. We waren net met vakantie in Oostenrijk toen we het hoorden. We moesten met anderen in een noodwinkel. Op een ongunstige plaats. Er was geen parkeerplaats in de buurt. Rampzalig was dat de aannemer van dat noodcentrum failliet ging. Ik heb zelf moeten werken om de winkel op tijd klaar te krijgen. Het heeft me veel hoofdbrekens gekost.

 


Wanneer kwam het nieuwe winkelcentrum?

 
"In 1983 stond er een nieuw winkelcentrum. De huur was hoog. Mijn vrouw en ik wisten met hard werken de zaak weer op te bouwen. Voor onze vakantie hebben we de zaak een keer gesloten, daarna maakten we met elkaar afspraken om te wisselen. De vier medewerkers vingen het dan op. Toch was er wat mis met het winkelcentrum. De winkels liepen rond en waren zo geprojecteerd dat de klant de winkel niet goed kon zien. En dat is funest. Er ontstond leegstand. En je gelooft het niet: we moesten er weer uit. Er zou door Roos een nieuw, beter winkelcentrum gebouwd worden. Ik heb er van het begin af aan bovenop gezeten. Het hele proces, van planning - er kwam een maquette-, bespreking tot oplevering: het mocht niet fout gaan. In 2004 stond het er. We moesten wel wéér in een noodwinkel. Maar nu op het ruime parkeerterrein van Bas van der Heijden. Ook deze keer was de verkoop in de noodwinkel slecht. Weer was onze ervaring: een Bolnessenaar gaat niet met een kop koffie en een tompouce buiten voor onze winkel. Voor iedereen in het zicht eten en drinken, dat doet hij niet. De Bolnessenaar moet besloten ergens achteraf zitten, zoals nu bij de Hema,

 


Kon je eigenlijk wel ziek zijn?

 
"Geloof me, ziek zijn kon je niet. Bij het bakken niet, bij het venten in de wijk niet en in de winkel niet. Als er iemand uitviel in de wijk, nam mijn vrouw het over. Ik heb ook eens een akkefietje gehad. Ik fiets graag op mijn racefiets. Met de fietsclub De Lingeboys fietsen we natuurlijk vlak bij elkaar. Zijn we eens allemaal hard over elkaar heen gevallen. Ik had toen problemen met mijn knie. Die keer kon ik niet werken. Het was trouwens altijd hard werken: vroeg op om te bakken en dan uitventen. Als ik na het banketbakken in de winkel kwam, stond er altijd achter een stoel klaar. Ik sliep ogenblikkelijk. Zo kon ik het volhouden."

 


Wanneer stopte je?


"In 2007 ben ik gestopt. Maar ja, wie zou het overnemen? Ik was blij dat mijn broer Leo het deed. Die gaf het later weer door aan zijn zoon Edwin die het bedrijf van bakker Van der Linden aan de Lagendijk al had. Ja, die naam Van der Linden blijft. Maar er zit, ha ha, gelukkig wel een Vos achter. Mijn jongste broer Cor? Die wilde het niet. Zijn vrouw was erfgename van de bekende grafkistenfabriek Molenaar. Hij deed samen met Leo altijd de broodbakkerij. Cor ging verder in de grafkisten. Jazeker, dat is weer eens heel wat anders."

 


Dick de Winter.