Bakker Leen Vos, de vader van bakker Jaap Vos.

 

"Het begon allemaal in 1903 met de kruidenierswinkel/bakkerij van bakker Hendrix op het Dijkje. Tegenover de plaats waar Leen Huizer (Lee Towers) woonde en achter Kranendonk. Die bakkerij was toen de hoofdzaak. Opa Hendrix zag het goed. In 1932 liet hij de bakkerij in het wat toen nog boerenland was, neerzetten. Ook al werd hij voor gek versleten. Bij het begin van het Dijkje staat het witte huis er nog. Toen de huidige bewoners gingen renoveren zagen ze dat er een bakkerij in had gezeten. Zijn dochter trouwde met Leendert Vos, mijn vader. Daarna heette de bakkerij L. Vos. De bakkerij stond later in de Wilhelminastraat. Opa was goed bevriend met Boele yan de scheepswerf. Ze gingen vaak samen vissen.
In de oorlog waren de Duitsers putjes aan het graven en heb ik met een helm op voor de deur gelopen, hoorde ik later. Grote gezinnen mochten bij ons komen eten. Toen de mannen zich voor de Arbeitseinsatz moesten melden en via Barendrecht naar Duitsland gestuurd werden, verstopten zich een aantal op de meelzolder van de bakkerij. Ja, winkeliers gingen via Barendrecht, niet via stadion Feyenoord. Mensen van de luchtbescherming die kwamen controleren hoorden achter de verduisteringsschermen in de bakkerij meer stemmen dan gebruikelijk. Alleen mijn vader stond er toen ze binnenkwamen. De rest had zich verstopt op de meelzolder. Of ze gepakt zijn? Nee, de controleurs zochten niet verder. Ze kregen wat te eten, snap je?"

 


Hoe ben je in het vak gekomen?


"Ik ben in 1942 geboren en de oudste van de broers. Mijn twee broers zitten ook in het vak, mijn jongste broer Cor en mijn broer Leo. Ik heb nog een oudere zus en er zit nog een zus tussen mij en Cor in. Na de openbare lagere school aan de Benedenrijweg en later de nieuwe school De Riederwaard, waar mijn ouders veel voor gedaan hebben - ze zaten in de oudercommissie - ging ik tot mijn veertiende op de mulo-school aan de Kastanjedaal in Vreewijk/Rotterdam. Daarna werken, 's Ochtends eerst een wijk rijden met de carrier. Ja, met de carrier. Zaten we op een keer in de Wilhelminastraat koffie te drinken. Je hebt daar toch zo'n stoep. Zie ik ineens een carrier voorbij komen. Hup, zo het water in. Die stond niet goed op de rem. Die waren vaak niet al te best in die tijd.
En 's avonds naar de bakkersschool in de Rauwenhoffstraat in Rotterdam. Het kwam voor dat ik tijdens de les in slaap viel. Op de bakkerschool heb ik veel lol gehad met Bert Vlot, de zoon van bakker Vlot, en Jan Koster. Jans vader had een bakkerij aan de Ringdijk. Die Jan Koster hield van practical jokes. Hij had altijd wat. Op een keer mocht ik voor de vakantiebesteding 3x2 - vroeger heette dat de Waardentour - een busje lenen met reclame voor bakkerij Koster en bakkerij Vos erop. De burgemeester stond op het plein naar de lange rij reclamewagens te kijken. En precies voor de burgemeester viel de wagen met Jan Koster aan het stuur stil. 'D'ruit, jongens, duwen!' Wij duwen, dat viel natuurlijk op. Een stuk verder draaide Jan Koster de contactsleutel weer om. Er was niks aan de hand met de wagen. Weer zo'n aandachttrekkend geintje van hem. Mijn wijk begon aan de Boezemkade. In de loop van de tijd heb ik het uitgebreid naar IJsselmonde. Weer later richting Beijerland-selaan/Groene Hilledijk, Putselaan, Brielselaan en verder de kant van de Bakkersdijk op en Smitshoek.
In mijn wijk van Bolnes tot aan Smitshoek reed ik gemotoriseerd. Eerst met drie Citroƫns, later VW-bussen. Die heel grote wijk werd bediend met vier VW-bussen. Cees Binsbergen was daar bij. Een goede werker. Hij kwam van Ooltgensplaat toen hij 16 jaar was. Hij woonde bij ons intern, op de meelzolder in de Wilhelminastraat. In het weekend ging hij naar huis. Ooltgensplaat was ver. Je moest toen nog overvaren. .Vader zei op een keer: 'Jaap, ga jij Cees eens helpen in Hordijkerveld op al die verdiepingen die je daar hebt.' Ik met mijn mand drie hoog. Zegt een klant: 'Ik wil alleen Verkade beschuit.' Ja, dat had ik niet bij me. Ik zei: 'Ik kom zo mevrouw'. Maar ik had zo de pest in. Ik liet ze barsten. Als zich zo iets weer eens voordeed zei ik dat het de laatste keer was dat Vos langskwam. Cees was bang dat ik van mijn vader op mijn duvel zou krijgen. Ik zei: 'Dan gaat hij zelf maar elke keer klimmen!' Nooit last gehad met
pa. Cees had er zo weer een aantal klanten bij. Hij klom wel.
:Ik gebruikte voor mijn werk in de wijk een speciale sleutel, een loper heet dat. Daar kon ik zo mee naar binnen. De klanten vertrouwden me. Elke klant had een boekje. Daar schreef ik alles in wat de klant het hele jaar kocht. Aan het eind van het jaar werd dat allemaal opgeteld. Mijn vader vond dat altijd een vreselijk vervelend karwei. De klant kreeg dan 2% korting; dat betaalden we in het nieuwe jaar uit. Zo bond je de klanten."

 


Reed je vader al eerder ook met een auto?

"Ja, mijn vader had na de oorlog een luxe auto voor de bezorging: achterbank eruit, houten geraamte erin. Daar konden de broden netjes op liggen. In het weekend: houten geraamte er weer uit, bank er in en ... weg met z'n allen. We bakten in die tijd niet alleen voor ons zelf. Maar ook voor bakker Heykoop, Van Rij en Meijer. Allemaal van Bolnes. Ik zie nog Van Rij de boterletters met een taxi rondbrengen. Ja, dat gebeurde."

 

Dick de Winter.