Contact gegevens

Stichting Oud Ridderkerk

Kerksingel 26

2981 EH  Ridderkerk

Telefoon: 0180 - 430615

Email algemeen: info@oudridderkerk.nl

 

Openingstijden:

Woensdag 13:30 - 16:30 uur
Donderdag 13:30 - 16:30 uur
Vrijdag 13:30 - 16:30 uur
Zaterdag 13:30 - 16:30 uur

 

Toegang is gratis!

Expositie Agenda.


Donateur worden?


Privacy-verklaring


 

De stee van Pons aan de Benedenrijweg.

 

De 90-jarige Ridderkerker Leen Pons vertelde mij het volgende:
In de herfst van 1944 kwam er een Duits legeronderdeel naar Ridderkerk. Het materieel werd gestald in een loods van Smit Slikkerveer. De officieren, onderofficieren en manschappen werden grotendeels ingekwartierd bij de boerderijen. Onze boerderij stond aan de Benedenrijweg in Bolnes. Twee officieren vorderden onze "mooie" kamer met daarin twee bedsteden. Een tafel werd als bureau gebruikt. Er verbleven ook nog wat soldaten in een schuur bij ons. Op ons erf kwam ook een veldkeuken te staan. Dat was een soort fornuis met schoorsteen op twee wielen. De kok maakte het eten veelal klaar nabij onze welput. Het water gebruikte hij om alles schoon te maken en ook om te koken. De welput lag tegen de watergang aan die tussen onze boerderij en de weg liep. Het was overigens prima schoon en vooral ook koel water. Het was grondwater dat op die plek naar boven kwam. Zo'n welput werd vooral gebruikt om daarin melkbussen te hangen. De melk bleef dan goed totdat het werd opgehaald.
De hongerwinter diende zich aan en ook de Duitsers hadden niet zoveel te eten. Er werd brood aangevoerd met een zure smaak en was dikwijls al beschimmeld bij aanlevering. Groente haalden ze regelmatig op zondag van de tuinderij van De Jong. Hij was dan naar de kerk. De officieren bestelden regelmatig "dames" uit Rotterdam. Die moesten dan door Luyendijk met de koets worden opgehaald. De manschappen werden bediend door dames dichter in de buurt.
Leger in verval
Het was duidelijk een leger in verval. Een samengeraapt zooitje. Ze moesten nog wel vechten. In de avond vertrok een deel van hen met vrachtwagens via de Moerdijkbrug naar West-Brabant om tegen de geallieerden te vechten. In de morgen kwamen er dan weer terug die afgelost waren. Een keer keek ik onder een zeil dat op een vrachtwagen lag: dode Duitsers. Geen idee waar die naar toe zijn gebracht. Toen de Moerdijkbrug werd opgeblazen was het vechten voorbij. Ik had niet de indruk dat ze daarom treurden.
Hoofdkwartier
De Kerstdagen kwamen in zicht en de Duitsers wilden ook graag Weihnachten vieren. Met een vrij lege maag was dat toch een probleem. De officieren hadden kennelijk daarvoor een oplossing bedacht. Althans dat bleek later. Ze gaven mij het bevel om twee paarden voor onze wagen te spannen. Ik was toen achttien jaar oud. Er moesten kisten op de wagen komen en er werd een zeil opgeladen. Ik moest de paarden mennen met een soldaat naast me. De officieren gingen in de laadbak op de kisten zitten. Mij werd bevolen om eerst naar hun hoofdkwartier   te   rijden.   Daar moest de vergunning worden opgehaald om de Spijkenisserbrug te mogen passeren. Het doel bleek naar Voorne en Putten te rijden om daar munitie te halen. Het hoofdkwartier was gevestigd in een herenhuis in het park bij de noordelijke ingang van de Maastunnel. Daarvoor moest ik door de Maastunnel rijden die voor alle verkeer was afgesloten. Wij kregen toestemming onder voorwaarde dat de soldaat een paard bij het halster moest vasthouden en dan zo door de tunnel moest lopen. Een vreemde gewaarwording om kisten met explosieven boven je hoofd te zien bestemd om de tunnel te kunnen opblazen! (wordt vervolgd)
T. Verhoeff