De vroegere Ambachtsschool in Slikkerveer.

 

Het was in het jaar 1938, dat het bestuur van de vereniging "Ridderkerk's Belang" zich tot de gemeenteraad wendde met het verzoek om de oprichting en de instandhouding van een christelijke ambachtschool nodig te oordelen én mitsdien medewerking te verlenen.
In hetzelfde jaar verzocht het bestuur der Maatschappij "Tot Nut van het Algemeen" departement Bolnes-Slikkerveer aan de gemeenteraad medewerking te verlenen tot het oprichten van een neutrale ambachts-school, die geschikt was voor alle gezindten. Dit laatste schrijven werd door de industriëlen ondersteund. Het college van burgemeester en wethouders besloot daarop de daarbij betrokken organisaties van patroons en werklieden te horen. De Ridderkerkse Bestuurdersbond adviseerde een gemeentelijke ambachtsschool op te richten. Dit advies ontmoette bezwaren bij het college van burgemeester en wethouders, want aan het particuliere initiatief moest de voorkeur worden gegeven.

In de raadsvergadering van 7 oktober 1938 werd het voorstel tot het stichten van een ambachtsschool aangehou-den teneinde het college de gelegenheid te geven inlichtingen in te winnen over de financiële gevolgen. Over de vraag of de oprichting wenselijk werd geacht staakten in de raadsvergadering van 28 november 1938de stemmen. Op 9 december1938 vond de herstemmingplaats en met vijf tegen negenstemmen werd het voorstelverworpen. Het bestuurdervereniging "Ridderkerk's Belang" wendde zich in 1939tot de minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen en verzocht omsubsidie te verlenen voor het stichten van een christelijkeschool. Het bestuur der Maatschappij "Tot Nut van het Algemeen" verzocht in 1941aan de gemeenteraad in verband met de gewijzigde omstandigheden te besluiten tot het oprichten van een gemeentelijke school voor dagen avondcursus.In zijn vergadering van 18januari 1941 sprak de gemeenteraad uit, dat een ambachtsschool voor deze gemeentedringend noodzakelijk werd geacht. De meerderheid van het college van burgemeester en wethouders stelde voor om gelet op de omstandigheden aan het college van gedeputeerde staten te berichten, dat geen medewerking voor de totstandkoming van een christelijke ambachtsschool diende te worden verleend.

De minderheid van het college stelde voor te berichten, dat wel medewerking moest worden verleend. Het voorstel van de meerderheid van het college van burgemeester en wethouders werd in de raadsvergadering van 14 fe¬bruari 1941 met zes tegen zeven stemmen verworpen, terwijl het voorstel van de minderheid van het college werd aanvaard. Aan het college van gedeputeerde staten werd bericht, dat de totstandkoming van een christelijke ambachtsschool, uitgaande van de vereniging "Ridderkerk's Belang", wenselijk werd geacht. De Secretaris-Generaal van het departement keurde bij besluit van 13 mei 1941 de oprichting van een christelijke ambachtsschool niet goed. Daarbij overwoog hij, dat het niet mogelijk was gebleken door samenwerking van verschillende groepen in de gemeente Ridderkerk tot het oprichten van een bijzondere school te komen. Aan een gemeentelijke ambachtsschool diende daarom de voorkeur te worden gegeven. De gemeenteraad besloot in zijn vergadering van 5 juli 1941 in principe over te gaan tot het stichten van een gemeentelijke ambachtsschool.

In de raadsvergadering van 21 augustus 1941 deelde de voorzitter mee dat het in de bedoeling lag de voormalige bijzondere school gelegen aan de Benedenrijweg te Slikkerveer, in te richten voor ambachtsschool. In het eerste jaar zou alleen les worden gegeven in bankwerken en elektrotechniek. Daarbij werd gerekend op twee groe¬pen van dertig leerlingen. Het aantal leraren zou bestaan uit één directeur en vijf leraren. De eerste jaren zouden hoogstens twee leraren een dagbetrekking hebben, de overige leraren zouden hun betrekking als bijbetrekking hebben te beschouwen.
1982 J.WA. van der Blom