Contact gegevens

Stichting Oud Ridderkerk

Kerksingel 26

2981 EH  Ridderkerk

Telefoon: 0180 - 430615

Email algemeen: info@oudridderkerk.nl

 

Openingstijden:

Woensdag 13:30 - 16:30 uur
Donderdag 13:30 - 16:30 uur
Vrijdag 13:30 - 16:30 uur
Zaterdag 13:30 - 16:30 uur

 

Toegang is gratis!

Expositie Agenda.


Donateur worden?


Privacy-verklaring


 

 

In 1946 bestond Ridderkerk 500 jaar. Onder redactie van enkele Ridderkerkse notabelen, te weten N.H. Emck, H.J. Hardeman, H.A. van Splunder, Ir. F. Sprey en Ds. G. van der Zee werd een gedenkboek samengesteld. Dat boek bevat de meest uiteenlopende beschrijvingen van de geschiedenis van ons dorp en dat varieert van historische verhalen tot de armoedige omstandigheden waaronder de boerenarbeiders een eeuw geleden leefden. Een mooi verhaal dat we tegenkwamen ging over het vervullen van de dienstplicht in vroeger tijden. Besef dat het is geschreven in 1946!

In de vorige eeuw kon men zich voor zijn militairen dienstplicht laten vervangen door een ander. Dit bracht mede dat daardoor toch de andere zoons in het gezin hun recht op broederdienst behielden.
Het langdurig verblijf van de soldaten in de stellingen ten tijde van den Belgischen oorlog 1830-'39 had op menigen jongeman een sterken demoraliseerenden invloed gehad, die ook maar al te vaak op diens verder leven zijn stempel was blijven drukken. Dit had tot gevolg dat het soldatenleven later door velen werd verafschuwd en zooveel mogelijk getracht werd om zich door een plaatsvervanger, een remplacant, te doen vervangen. In het midden der vorige eeuw en ook later nog werd door velen voor een gewoon soldaat de neus opgetrokken.
Wanneer iemand afkeerig was van den dienst, of wat nog vaker het geval was, wanneer de ouders er niet van wilden weten, ging men naar den remplacantenbaas, die zijn bemiddeling verleende bij het stellen van een plaatsvervanger.
Ook in Ridderkerk woonde vroeger een dergelijke remplacantenbaas, en wel op huize “Waalburg" aan den Lagendijk, de latere pastorie van den Gereformeerde predikant.
Als plaatsvervangers boden zich in den regel aan personen, die geen grooten lust hadden in het gewone werk. Voor een vergoeding van 300 à 400 gulden, in tijden dat er meer geld voorhanden was wel tot 600 gulden, nam hij den dienst van een ander over. De remplacantenbaas bracht voor zijn bemiddeling natuurlijk het noodige in rekening.

De tijd van werkelijken dienst beliep toen twee jaar, het totale dienstverband zes jaar. De overeenkomst werd gemaakt en de remplacant gekeurd. Bij dit keuren ging het niet steeds even eerlijk toe. Maakte de persoon een niet al te besten indruk, dan ging de remplacantenbaas mee. Wanneer de dokter over het een of ander een opmerking maakte, dan greep de baas in met de woorden: “Ja, maar daar is hij toch goed”, den te keuren jongeling op het achterwerk tikkend. Hiermede gaf hij te kennen dat er nog wel een briefje (bankbiljet) kon afvallen als hij werd goedgekeurd In den regel was het dan gauw voor elkaar.
Kwam de remplacant na een paar maanden dienst met verlof, dan ging hij veel naar den baas om een voorschot op de afrekening. Meestal werd dan 10 tot 20 gulden verstrekt, doch zoo werd ons erbij verteld, op de verklaring, die werd opgemaakt, werd een hooger bedrag vermeld, wel 15 tot 25 gulden. Wat gaf de soldaat daarom, hij had het geld noodig en verkregen en daar was het hem om begonnen. Het verschil tusschen het uitbetaalde en het geschrevene was de tweede verdienste voor den remplacantenbaas, die er op die manier een goed leven van kon leiden.
Het gebeurde meermalen dat, wanneer de diensttijd beëindigd was en de remplacant van het vroolijke soldatenleven nog niet genoeg had, deze weer een nieuwe verbintenis aanging, ditmaal voor een ander. Zoo is het voorgekomen dat iemand zelfs tot driemaal toe als remplacant onder dienst ging.