Bovenstaande foto is op dezelfde plaats genomen als de foto in het artikeltje van de vorige week. Omdat het bezoek deze maal de bollenvelden betrof, ruim dertig jaar geleden, werd deze tocht wat vroeg in het jaar gemaakt. U ziet het aan de bomen. De takken staan nog in de knop. 's Morgens vroeg was het verzamelen geblazen aan de Havenstraat, (op groepsfoto staan alleen deelnemers en leiding van de wijk Ridderkerk). Alle deelnemers uit de andere 4 wijken werden opgehaald en naar de verzamelplaats gebracht. Wel 6 bussen van de plaatselijke ondernemingen en soms 40 particuliere auto's namen aan deze tocht deel. De organisatie en de hoeveelheid werk die hieraan verbonden was, heeft noch aller waardering. De animo voor deze tochten was bij de bejaarden dan ook heel groot. Zo tussen de 400 en 500 deelnemers, hetgeen wel begrijpelijk is, omdat de hen achterliggende crisis- en oorlogsjaren weinig leuks te zien hadden gegeven.
Zo 'n tocht was een hele karavaan, die 's morgens uitgewuifd werd. Maar de aankomst 'avonds was het mooiste van de gehele dag. Dan stonden aan
het einde van de Kerkweg bij rijksweg 16 de plaatselijke muziekverenigingen opgesteld en ging het met heel veel fanfare richting Havenstraat. Ingehaald en toegejuicht door de hele bevolking werd daar de stoet ontbonden en gingen de oudjes heel voldaan huiswaarts. Dit is vele jaren zo gegaan, maar zoals met alles kwam ook hier een einde aan. Mede door buurt- en reisverenigingen, maar vooral de sociale voorzieningen werden veel beter [(enk maar eens aan de AOW.) zodat de bejaarden minder afhankelijk werden en zelf op reis gingen. Voor de minder validen en invaliden werden de jaarlijkse reizen door de invalidenbond verzorgd. Zoals ook in de aflevering van de vorige week in dit artikeltje dus geen historische foto's maar toch wel een stukje gemeenschapszin dat in deze vorm ook tot het verleden kan worden gerekend. Ik hoop dat velen op de foto hun ouders of grootouders kunnen ontdekken.
W. van Wingerden
 
Dit verhaal uit het archief van de Stichting Oud Ridderkerk werd in 1982 geschreven.