Bonenplukkers bij de tuinderij van Nugteren omstreeks 1927.

 

Voor schoolgaande jongeren zijn er tegenwoordig verschillende mogelijkheden om wat bij te verdienen maar toen ik op de MULO van de Dr. Kuyperschool zat, zo rond 1955, waren er eigenlijk maar twee manieren om aan extra geld te komen n.l. aardbeien plukken in het voorjaar en bonen plukken in de zomervakantie. In tegenstelling tot tegenwoordig werden er vroeger in de omgeving van Ridderkerk vrij veel bonen verbouwd en zo kon het gebeuren, dat je in de De Combinatie op een donderdag in augustus een advertentie zag staan die luidde: Bonenplukkers gevraagd, gevolgd door het adres van de tuinder waar je je kon aanmelden. De betaling ging per kilo geplukte bonen. Was de prijs op de veiling hoog dan kreeg je wat meer dan wanneer de prijs laag was. Meestal schommelde het rond de 10ct per kilo wat misschien veel lijkt maar vergis u niet; een kilo bonen is zomaar niet geplukt.  Eerste en tweede pluk. Bij het bonenplukken ging men uit van het gezegde: ‘De morgenstond heeft goud in de mond’  en dus kon je tegen zes uur 's morgens in Ridderkerk vaak jongens en meisjes zien fietsen met een emmer aan het stuur van hun fiets. Je moest n.l. zelf een emmer meebrengen. Bij bonen had je de eerste en de tweede pluk. Bij de eerste pluk werd je geacht de volgroeide bonen te plukken en de plant met de kleintjes eraan te laten staan voor de volgende keer, de tweede pluk. Dan mochten de planten uitgetrokken worden. Bonenplukken was afzien. Voor je zo'n grote veilingkist vol had met 15 kilo bonen was je wel even verder en meestal als je dacht dat de kist vol was bleek er bij de weging aan het einde van de dag maar 12 of hoogstens 13 kilo in te zitten. Als je dus vijf kisten bonen geplukt dacht te hebben (wat ik nooit gehaald heb op één dag) bleven er na weging soms maar vier over wat natuurlijk tegenviel omdat je je tijdens het plukken al rijk gerekend had. Bij de tweede pluk had je nog de ontsnappingclausule dat je de bonenplanten uit mocht trekken en dus deed je dat waarna je op je gemak een eindje verder, waar geen spruiten stonden, op een veilingkist ging zitten om vrolijk kletsend met je lotgenoten de bonen af te plukken. Maar bij de eerste pluk mocht dat niet. De bonenpluk duurde nooit lang want soms zat je met 50 of 60 plukkers op één veld wat de spoeling erg dun maakte. Als je dan nadat het veld afgegraasd was naar een volgende tuinder ging zag je vaak weer dezelfde gezichten. Zaterdag betaaldag. Op zaterdag werd er niet geplukt, dan was het betaaldag en hadden wij ons uur van triomf. Vergeten was alle ellende want we gingen  ons loonzakje halen. Hoeveel zou er in zitten? Uit een kartonnen doos werd een bruin papieren zakje van ongeveer 9x13cm gevist met je naam erop geschreven. Er rammelde iets, zou er ook papieren geld in zitten? Buitengekomen direct het zakje met zenuwachtige vingers openmaken. Twaalf gulden, toe maar, je voelde je een hele spekkoper. Vergelijken met anderen; 'Hoeveel heb jij?' Thuis werd het zakje nonchalant tevoorschijn gehaald en het geld ten aanschouwen van het gehele haastig samengeroepen gezin nog eens geteld. 'Niet versnoepen hoor', was steevast het advies van mijn ouders. Eigenlijk hadden ze het liefst dat ik het direct op de spaarbank zette maar daar was geen kans op, dit geld was van mij en daar deed ik toevallig mee wat ik zelf wilde. Geld wat je op de bank zette was je, naar mijn mening, kwijt.  Nu, vele jaren later, leg ik weer bonen in mijn tuin. Maar ik sta nooit 's morgens om zes uur op om ze te plukken.

Teun Rijsdijk.