De restanten van het buitendijkse kasteel werden in 1968 terug gevonden.

 

Nieuwsgierig naar wat Ridderkerk een halve eeuw geleden bezighield, snuffelden we in oude Combinaties die u kunt vinden op www.oud-ridderkerk.nl. Op de voorpagina van 10 oktober 1968 vonden we onderstaand artikel:
De restanten van het buitendijkse kasteel werden in 1968 terug gevonden
Het kasteel Te Wouwe is gevonden. Uit de eerste opgravingen in Slikkerveer is komen vast te staan dat het groter is, dan men aanvankelijk had gedacht. De vorm van het kasteeltje dat buitendijks heeft gestaan, is vierkant geweest. Het heeft geen ronde vorm zoals de heer W. van Gent, voorzitter van de Stichting Oud Ridderkerk, aanvankelijk dacht. Hij is ook de man die aan de hand van oude kaarten uitzocht dat er ergens in de polder bij de dijk fundamenten moesten liggen. De precieze plaats kwam vast te staan toen hij op zijn werk bij Electro-Smit het verhaal onder andere aan medewerker C. Post vertelde. Bij de heer Post, die buitendijks grond van zijn familie bewerkte, ging toen een licht op: de familie Post dempte met historische stenen onwetend een sloot.


Kort bewoond.


De opgravingen worden overigens niet zomaar lukraak gedaan. Zij staan onder leiding van de heer C. Hoek, van de oudheidkundige afdeling van gemeentewerken Rotterdam. Tot nog toe vond men een afvalput, die echter zo weinig afval bevatte dat de heer Hoek concludeerde: het kasteeltje moet slechts kort bewoond zijn geweest. Dat zou kloppen met de wetenschap van hen die beweren dat het omstreeks 1370 gebouwd moet zijn. Twee jaar daarna moet de ridderlijke hofstede toen zijn verzwolgen door de Sint Valentijns vloed. Inmiddels is ook een waterput vrijgekomen. De heer Hoek laat deze put uitgraven om eventueel gebruiksvoorwerpen te vinden. Men schat dat de put zo'n anderhalve meter diep is. De muren zijn een meter dik. Totaal meten de funderingen van het huis Te Wouwe misschien wel zo'n twintig meter in het vierkant. Zekerheid daarover kan men pas in de lente van het volgend jaar krijgen, wanneer ook de fundamenten die in de dijk liggen zullen kunnen worden blootgelegd. De Dijkring staat namelijk tussen oktober en maart geen verzwakkingen van het dijklichaam toe.


Kronieken.


De amateur-archeoloog Van Gent had dit voorjaar al heel even wat opgegraven om enige zekerheid te krijgen over de plaats. Het leverde hem onder meer een baksteen op, die precies de maten had van de stenen uit die tijd. De theorie dat het om een rond kasteeltje ging, zo ongeveer als de "Burg van Leyden" met de diameter van zo'n zeventien tot achttien meter, is gebaseerd op de kronieken. Die kronieken zijn echter niet zo betrouwbaar. De één neemt het van de ander klakkeloos over. Ook uit de kronieken is overigens bekend dat in de zestiende eeuw de fundamenten nog goed te zien zijn geweest. De toenmalige schout van Dordrecht Jacob Muys van Holy (zijn wapen komt voor op de boerderij Huys te Woude aan de andere kant van de dijk) die de grond in eigendom had, liet er een "duivetoren" zetten. Een toren, zo genoemd naar de steensoort. Die toren leidde tot de ontdekking van  de  fundamenten.  Hij kwam namelijk voor op een kaart van de Heerlijkheid IJsselmonde die de heer Van Gent ontdekte in het gemeentearchief van Rotterdam. De kaart uit 1510, getekend door Jan Potter, gaf vrij nauwkeurig de plaats van die toren aan. Toen de Ringdijk die na de Sint Elisabethsvloed, eeuwen later, werd aangelegd, kwamen de fundamenten buitendijks te liggen. Dat de opgravingen eerst nu zijn gestart op het landje naast de woning Ringdijk 212 komt omdat de familie Post er allerlei   groentesoorten   verbouwt, die nu van het veld af zijn. De grond werd door de vader van C. Post in 1914 aangekocht. Omdat kort daarop de mobilisatie afgekondigd werd, ging de bouw van een woning ter plaatse niet door. Was het huis er gekomen, dan had men nu helemaal geen opgravingen kunnen doen.