Canadezen op de Ringdijk bij het afvoeren van de Duitsers na de bevrijding.

 

't Is vrede, we zijn vrij!
Jannie van Splunder is 13 jaar als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt. Ze woont in Ridderkerk tegenover de Kerkwegschool en is de dochter van de latere wethouder en loco-burgemeester H.A. van Splunder. Tijdens de oorlog noteert ze nauwkeurig haar belevenissen in een dagboek. Gevoelens van blijdschap en opwinding overspoelen haar die eerste meidagen van 1945. Maar ook blijft: is het wel waar? Is het echt? De meidagen van 1945 zijn voor de inwoners van West-Nederland verwarrend. De verwachtingen op een spoedige bevrijding blijven hoog gespannen. Maar vaak blijken geruchten daarover toch niet juist te zijn. Het verlossende bericht over de radio komt uiteindelijk dan toch. Op 4 mei meldt Radio Herrijzend Nederland dat de Duitse capitulatie in Noordwest-Europa een feit is.
Jannie van Splunder schrijft over die dag:
'Vanavond vlak voor negenen ging het als een lopend vuurtje door het dorp: "'t Is vrede, we zijn vrij!" Iedereen liep naar buiten en in groepjes stonden de mensen te praten en ongelovig hun hoofden te schudden. "Ja, 't is waar hoor, bij mijnheer Gaazenbeek hangt de vlag al uit!" "Zou het echt waar zijn?" We durfden het niet te geloven, al gingen onze harten onrustig tekeer. Zou het waar zijn, echt waar? Wat een zaligheid om vrij te zijn, weer oranje te mogen dragen en die gezellige rood-wit-blauw vlaggen uit te hangen. En straks te feesten, te feesten. Geen angst meer te hoeven hebben over wat mag en niet mag. Heerlijk idioot, heerlijk zalig, ik weet geen woorden om uit te drukke hoe
fijn het is. Als je goed doordenkt, zou je werkelijk een beetje krankjorum worden.' Maar een officiƫle bevestiging van een wapenstand komt er niet. De Duitsers blijven in de Ridderkerkse straten prominent aanwezig. Geallieerde soldaten zijn dan nog nergens te bekennen. Opgetogen, uitgelaten, maar ook in verwarring gaan de meeste mensen die avond naar bed. 'Even voor we naar bed gingen kwam er een Duitser aanfietsen met een rood-wit-blauw vlaggendoek in een hand. Hij gaf het aan een andere mof en vertelde schamper lachend, waar hij die vandaan had. We begrepen direct dat het de vlag van mijnheer Gaazenbeekwas.'
Op 8 mei kwam het nog tot ernstige ongeregeldheden met de Duitsers op de Donckselaan. Onschuldigen werden daarbij door Duitse troepen die in het Donckse bos gelegerd waren, vermoord.
Vijf mei is 's ochtends iedereen al vroeg op bij het gezin Van Splunder. Echt geslapen heeft bijna niemand. Nog steeds is niet iedereen overtuigd van een daadwerkelijke wapenstilstand. ' 't Was al na achten, toen we 't nog niet zeker wisten. De Duitsers reden net als anders met het geweer aan de schouder rond. Daar kwam de Trouw bezorgster aan, een meisje van een jaar of 13 die tot nu toe waarschijnlijk niet wist dat ze zulke gevaarlijke lectuur rond bracht. Ze liep nu open en bloot met Trouw rond, bij alle abonnees gaf ze het zonder beschermende enveloppe af. Het kan toch niet anders, we waren vrij, anders kon ze dat toch niet doen? En ja hoor, met grote letters stond er op de eerste bladzijde: "We zijn vrij!'"
In deze bevrijdingseditie van Trouw wordt nog wel gewaarschuwd voor overmoedigheid. Zolang de Duitsers nog niet ontwapend zijn, kan al te uitbundig feestgedruis als een provocatie worden gezien. Toch wil de familie Van Splunder nu eindelijk de Nederlandse vlag uithangen. Maar die ligt opgeborgen in hun eigen huis, dat op dat moment nog steeds gevorderd en bewoond is door Duitse soldaten. Ze besluiten de vlag op te gaan halen. Met een oranje baret op het hoofd en een oranje sjerp om de schouder kloppen ze aan bij hun eigen huis. 'Wir kommen die Fahne holen', zegt Jannie tegen de Duitser die open deed. 'Ah gut', antwoordt hij. En met de vlag over hun schouders, toch wel een beetje zenuwachtig, gaan ze de straat weer op. De moffenmeid en de soldaten stonden nieuwsgierig voor het raam naar het schouwspel te kijken.