De slagroom kwam bij de melkboer vandaan. Hier zien we Bas Krouwel wiens vader een melkzaak had aan de Lagendijk voor de winkel van groenteboer M. verveer aan de Benedenrijweg.
Bas was jarenlang een steunpilaar van het eerste elftal van RVVH. Hij mocht van zijn vader gaan voetballen maar moest wel, blessures of niet, op maandag weer vroeg met de melkkar op pad.
Het is gebeurd dat hij op maandag met laarzen aan zijn melkwijk deed omdat zijn voeten zo opgezet waren dat hij geen schoenen aan kon.

 

Onlangs werd mij in een radioprogramma van de SLOR (Stichting Lokale Omroep Ridderkerk) gevraagd wanneer ik mijn eerste grammofoonplaatje kocht. Ik moest daar een beetje om lachen want wij kochten in mijn jeugd thuis helemaal geen plaatjes. Sterker nog; wij hadden geen grammofoon, mijn vader was slagersknecht en mijn ouders hadden met 7 kinderen financieel wel wat anders aan hun hoofd dan een platenspeler kopen. Bovendien had mijn moeder, vanwege haar kerkelijke afkomst, het niet zo op wereldse zaken als radio, platenspelers en later televisie. (Om de opgeheven vingertjes voor te zijn; ik spreek hier beslist geen waardeoordeel over uit)
Ik was 10 jaar toen ik voor het eerst een grammofoon zag en hoorde. Ik had een vriendje wiens vader er een had met plaatjes als; 'Marie die vrijt met een huzaar.' Wat vrijen was wist ik niet evenmin als ik wist wat een huzaar was. Inmiddels weet ik van allebei wél wat het betekent.
Wij waren niet arm, maar een sinaasappel, als we er een kregen, werd doorgesneden zodat er twee kinderen van konden genieten en op de boterham deden we drie plakjes gekookte worst i.p.v. vier.
Als we een ei kregen, wij hadden kippen, moest je er ook een boterham bij eten. Als ik nu van vaak jonge mensen hoor wat ze allemaal niet lusten ben ik blij dat ik in soberheid ben opgevoed, Iets niet lusten was er bij ons niet bij; eten wat de pot schaft, en zo hoort het ook.
Mijn moeder was op 7 juli jarig. Op die dag aten we traditiegetrouw de eerste nieuwe aardappelen. Heer-lijk, want die ouwe Eigenheimers met die uitlopers die al een halfjaar muf lagen te worden in de kelder waren niet meer te eten. Er werd een koekje voor bij de koffie gehaald en voor wat later op de avond een fles zoete Spaanse wijn, een fles advocaat met als enige uitspatting slagroom waar ik me de halve middag met een vork ongelukkig op had staan kloppen. Niet te lang doorgaan want dan wordt het boter, werd er als waarschuwing bij gezegd. In ons geval kwam de slagroom bij melkboer Wijnand de Snoo, in de volksmond "Wijn de Snoo" vandaan, die vlak bij ons aan de Kerkweg zijn huis en bedrijf had. Ook werd er bij de slijter 'op
dorp' nog een fles boerenjongens, rozijnen op brandewijn, gehaald, en dat was het. Geen bier, geen sterke drank of exotische drankjes. Die laatste waren er trouwens nog niet in die tijd. Ook hartige hapjes als stukjes worst, kaas of iets anders waren er niet bij evenals pinda's of zoutjes. Ik herinner me nog dat als mijn ooms en tantes van mijn moeders kant binnenkwamen en mijn moeder feliciteerden, ze op droeve toon mompelden; 'Sjaan, van harte gefeliciteerd met je verjaardag en nog vele jaren, as we het beleve magge en we zijn gezond.' Vooral dat laatste verbaasde me als kind al want je kan ook je verjaardag vieren als je niet gezond was. Leuk is anders maar het kan wel. Toen ik dat eens zei tegen een oom kreeg ik een misprijzende   blik  .van;    'De jeugd    van    tegenwoordig groeit op voor galg en rad.' Dat 'as we het beleve magge' was een wat afgezwakte variant van het Bijbelse 'deo volente' , 'als God het wil', waar men in die tijd heel praktisch het 'en we zijn gezond' achteraan plakte. Mijn   moeder   antwoordde dan    steevast;    'Dank    je wel....... en datje er maar getuige van mag weze.' Overigens had ik het als kind al niet zo op die verjaardagen want mijn vader en moeder waren uit twee totaal verschillende kerken afkomstig en dat kon je op zo'n avond met twee wederzijdse families, waarvan de 't Ambachters in de meerderheid waren, goed merken aan de gesprekken. Hoewel mijn moeder al ruim 30 jaar geleden overleden is moet ik elk jaar op 7 juli aan haar verjaardag denken.


Teun Rijsdijk