Contact gegevens

Stichting Oud Ridderkerk

Kerksingel 26

2981 EH  Ridderkerk

Telefoon: 0180 - 430615

Email algemeen: info@oudridderkerk.nl

Email redactie: redactie@oudridderkerk.nl

 

Openingstijden:

Woensdag 13:30 - 16:30 uur
Donderdag 13:30 - 16:30 uur
Vrijdag 13:30 - 16:30 uur
Zaterdag 13:30 - 16:30 uur

 

Toegang is gratis!


Donateur worden?


 

De naam Ridderkerk (Riederkercke) komt voor het eerst voor in een bericht van Koning Hendrik IV, waar sprake is van Riede, gelegen aan de Merwede.
Waarschijnlijk is het gebied in de 12e eeuw voor het eerst bedijkt. In 1277 droeg Diederik van Alkemade het land Gere, met de kerk in leen, op aan Graaf Floris V, wiens opvolgers meermalen een pastoor aanstelden (patronaatsrecht) in het ambacht Riede in de Riederwaard.

In de 14e eeuw had deze waard veel te lijden van overstromingen en tussen 1373 en 1375 moest de schaarse bevolking zich terugtrekken op de zuidelijke waterkeringen daar de Riederwaard onder water kwam te staan.

In 1404 kwam het herstel van de Molendijk gereed en was de Oud-Reijerwaard herwonnen. Een dijkdoorbraak tijdens de St.-Elizabethsvloed in 1421 werd hersteld.

19 december 1427 werd Ridderkerk een ambachtsheerlijkheid en de eerste ambachtsheer is Ridder Roelant, heer van Uytkercke. Zijn vrouw, Margriet van Comene, wordt in 1441 ambachtsvrouw van Ridderkerk en in datzelfde jaar wordt de polder Nieuw Reijerwaard herdijkt.

In 1446 regelt Margriet het bestuur en de rechtspraak in haar ambacht. Dit handvest vormde tot in de achttiende eeuw de basis voor het bestuur en de rechtspraak in Ridderkerk. 
Daarom wordt 1446 beschouwd als het ontstaansjaar van Ridderkerk.

Huis te Woude.

 

In de tweede helft van de vorige eeuw heeft de Ridderkerkse bodem veel van zijn geheimen prijsgegeven. Diverse opgravingen door de archeologische diensten toonden sporen van bewoning aan uit de Romeinse tijd. De bewoners hielden zich toen al bezig met akkerbouw en veeteelt.

 

Ridderkerk kent een aantal vindplaatsen die uitgebreid zijn onderzocht op bewoningssporen. De Kievitsdonk in Bolnes werd bij de aanleg van de Rotterdamseweg onderzocht. Daar zijn vuurstenen voorwerpen gevonden uit een periode van duizenden jaren voor Chr., waaruit blijkt dat de donk, door zijn hoge ligging, in die tijd is gebruikt als kampplaats door rondtrekkende jagers.

 

De oeverstroken langs de bocht van de Waal in Strevelshoek zijn duizend jaar geleden vrij intensief bewoond geweest. Aardewerkvondsten uit de 13e en het begin van de 14e eeuw tonen dit aan.
Toen in die tijd het gebied voortdurend overstroomde zijn de bewoners vertrokken en is de bebouwing verdwenen. Ook opgravingen bij De Nes en de voormalige Borchhoeve in Rijsoord leverden waardevolle informatie op over vroegere bewoning binnen de grenzen van Ridderkerk.

 

De meest opzienbarende opgraving is echter die van het Huis te Woude in Slikkerveer in 1968/69. In 1371 werd een begin gemaakt met de bouw van een kasteeltje, dat nooit helemaal is afgebouwd. Door de grote vloeden in 1373 en 1374 overstroomde de Riederwaard en kwam het kasteel in het water te staan. Tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten werd het omvergehaald door de Hoeken die vreesden dat de tegenpartij zich er in zou nestelen. Door latere overstromingen spoelde een kleilaag over de ruïne en onttrok de resten aan het zicht. In 1969 heeft men de restanten van het Huis gedeeltelijk gereconstrueerd. Belangrijke archeologische vondsten ter plekke vulden weer een stukje Ridderkerkse geschiedenis aan. 

 

Boerderij Bouwlust.

 

In het begin van onze jaartelling was het zuidwesten van ons land een laaggelegen streek met afwisselend moerasland, bossen, wadden en stroomgeulen. De weinige bewoners leefden van de jacht, visserij, schapenteelt en bedreven reeds een primitieve vorm van akkerbouw om in hun levensonderhoud te voorzien.

 

Na de 10e eeuw begon men de drooggevallen gronden van eenvoudige bedijkingen te voorzien. Dit werd de grondslag voor het later omdijkte polderlandschap. Reeds in 1018 bestond de Riederwaard in grote lijnen en werden er gewassen verbouwd. Na de overstromingen in 1373 en ’74, duurde het tot 1441 voordat het verloren gegane gebied was herwonnen en daarna in cultuur gebracht. Reeds in 1500 vormde landbouw en veehouderij een voorname bron van bestaan op het eiland IJsselmonde.

 

De Ridderkerkse boeren hielden zich vanaf de 16e eeuw voornamelijk bezig met de gerst-cultuur. Verder werd tarwe, meekrap, vlas, hennep, bonen en erwten verbouwd. Buiten deze akkerbouwproducten vond tussen 1500 en 1800 ook groente- en fruitteelt plaats. In 1880 ontstond een landbouwcrisis. Het gevolg hiervan was dat tuinbouw een steeds grotere plaats ging innemen, in de 19e eeuw gevolgd door een omvangrijke vlascultuur.

 

De opkomst van de industrie, de instroom van nieuwe inwoners en de daarmee samenhangende woningbouw, hebben de agrarische activiteiten in onze gemeente aanzienlijk beperkt. Echter nog steeds wordt er op het eiland IJsselmonde op ruime schaal landbouw en veeteelt beoefend.

 

Rubberfabriek Bakker.

 

De industrie van Ridderkerk beperkte zich aanvankelijk tot de vlasbewerking en de scheepsbouw. Toen de vlasindustrie ging teruglopen schakelden enkele grote vlasbewerkers over op de fabricage van werktuigmachines en gietstukken voor de scheepsbouw. Toen de scheepsbouw grote ontwikkelingen doormaakte zette deze tendens, dus de toelevering voor de scheepsbouwindustrie, sterk door. Vele Ridderkerkse bedrijven ontlenen daar hun oorsprong aan.

Reeds in 1946 maakte Ridderkerk gewag van haar gunstige ligging voor het bedrijfsleven: Hoe gemakkelijk is nu ons contact met het overige Nederland en het buitenland. Wat dit betreft ligt het huidige Ridderkerk open naar alle kanten. Groote verkeerswegen, bruggen over de rivieren, een snel transport per auto, zowel voor personen als goederen, de automatische telefoonverbinding en een goedwerkend post- en telegraafverkeer.

Na de teloorgang van de scheepsbouwindustrie heeft het bedrijfsleven zich bewonderenswaardig hersteld. De ontwikkeling van de industrieterreinen in de Polder Donkersloot in de laatste decennia van de vorige eeuw en de gunstige ligging zoals hierboven al werd geroemd, hebben daar zeker aan meegeholpen.

Scheepswerf Boele.

 

In het begin van de negentiende eeuw was het hoofdmiddel van bestaan de vlasserij met daarnaast de landbouw en wat veeteelt. De industrie, die toen nog niet veel te betekenen had, bestond uit de werf van Gebroeders Pot te Bolnes (sedert 1813), de werf Smit Fopzn. te Slikkerveer (sedert 1835), de werf Boele's Scheepswerven en Machinefabriek te Bolnes, opgericht te Slikkerveer in 1854 en verplaatst naar Bolnes in 1898 en de werf van de Groot en Van Vliet (sedert 1910) te Slikkerveer.

De scheepsbouwindustrie trok ook veel toeleveringsbedrijven zoals sloepenwerf, metaalgieterijen, machinefabrieken, elektrotechnische bedrijven, klinknagelfabriek, modelmakerij, smederij enz.
De scheepsbouwindustrie met toeleveringsbedrijven was een belangrijke vorm van bestaan voor de bevolking van Ridderkerk.
Tot in de tweede helft van de twintigste eeuw vonden enige duizenden bewoners van Ridderkerk en omgeving werk in deze bedrijfstak, die bestond uit nieuwbouw en reparatie van schepen. Nieuwbouw en reparatie van aanvankelijk houten schepen met windvoortstuwing, later door middel van stoommachines de eerste geklonken ijzeren, later gelaste stalen, schepen met motoren en allerlei elektronica.

Door hevige concurrentie van de z.g. goedkopere landen als Japan, Korea en Singapore kwam de Nederlandse scheepsbouw en ook de Ridderkerkse in ernstige problemen en zo kwam er in de tachtiger jaren van de twintigste eeuw door faillissementen een einde aan de Ridderkerkse scheepsbouwindustrie. Vrijwel al deze bedrijven langs de dijk zijn verdwenen. Waar eens duizenden Ridderkerkers hun boterham verdienden, verrijzen thans de woningen.

Huys ten Donk.

 

Oorspronkelijk stond op het terrein een boerderij en in 1616 is deze vervangen door een landelijk kasteeltje.

Mr. Cornelis Groeninx, een Rotterdamse regent, huwde in 1702 met Catharina van Zoelen, die eigenaresse was van dit kasteeltje. Hij werd in 1721 door koop ambachtsheer van Ridderkerk. De bouw van het huidige “Huys ten Donck” geschiedde in opdracht van hun zoon Mr. Otto Groeninx van Zoelen, die later ook burgemeester van Rotterdamse was. Hij liet het uit 1616 stammende oude kasteeltje afbreken en in 1746 (MDCCXLVI) werd het nu nog te bewonderen “Huys ten Donck” gebouwd.

Het pand staat op de monumentenlijst en wordt nog steeds bewoond door de familie Groeninx van Zoelen. Het “Huys ten Donck” is in de naaste omgeving van Rotterdam het enig volledig in tact gebleven 'buiten' uit het midden van de 18e eeuw.

Op de hoek van de Kievitsweg en de Randweg vindt u een particuliere begraafplaats die bij het huis behoort. Deze is aangelegd omdat het na 1 januari 1829 verboden was om de dorpskerk als begraafplaats te gebruiken.