Contact gegevens

Stichting Oud Ridderkerk

Kerksingel 26

2981 EH  Ridderkerk

Telefoon: 0180 - 430615

Email algemeen: info@oudridderkerk.nl

 

Openingstijden:

Woensdag 13:30 - 16:30 uur
Donderdag 13:30 - 16:30 uur
Vrijdag 13:30 - 16:30 uur
Zaterdag 13:30 - 16:30 uur

 

Toegang is gratis!

Expositie Agenda.


Donateur worden?


Privacy-verklaring


 

Een groepje Belgische vluchtelingen dat onderdak kreeg bij vlasserij Van Nes in Rijsoord, 1914.
 
 

Dit jaar wordt herdacht dat honderd jaar geleden de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Het bloedige conflict duurde vier jaar en kostte aan miljoenen mensen het leven. Nederland bleef weliswaar neutraal, maar de gevolgen van de 'Grote Oorlog' waren ook hier merkbaar. Ook de inwoners van Ridderkerk werden al snel na het uitbreken van de oorlog geconfronteerd met groot oorlogsleed. Op 4 augustus 1914 zijn de Duitsers België binnengevallen. Hun plan is om in korte tijd aartsvijand Frankrijk te verslaan. De Duitse opmars verloopt echter traag. De Fransen blijken minder makkelijk te kunnen worden verslaan. En ook Engeland heeft zich inmiddels in het conflict gemengd. In de nacht van 24 op 25 augustus wordt door de Duitsers vanuit een zeppelin de stad Antwerpen gebombardeerd. Dagenlange beschietingen volgen. De situatie is voor de Belgen en Engelsen onhoudbaar; de buitenste rij forten is al snel door de Duitsers ingenomen. En aanval op de binnenste wordt geopend. De Belgische legerleiding geeft haar manschappen de opdracht zich uit de stad terug te trekken. De Antwerpenaren staan er nu helemaal alleen voor. Burgmeester De Vos wil zijn stad koste wat kost een totale vernie¬tiging besparen en besluit daarom met de Duitsers te gaan onderhandelen over de overgave. Op 10 oktober is Antwerpen in handen van de vijand. Intussen is er een massale vluchtelingenstroom van Antwerpenaren en inwoners uit de omliggende plaatsen richting de Nederlandse grens op gang gekomen. Burgemeester De Vos heeft zijn inwoners op 6 oktober al geadviseerd de stad te verlaten. Meer dan een miljoen burgers zoeken een veilig heenkomen in noordelijke richting. Velen komen in het neutrale Nederland terecht. In Rotterdam arriveren de eerste vluchtelingen op woensdag 7 oktober. De stad wordt overspoeld door wanhopige Belgen en kan de eerste opvang nauwelijks aan. Daarom probeert men de groep vluchtelingen over meerdere plaatsen in de omgeving te spreiden. Vluchtelingen Burgemeester De Zeeuw van Ridderkerk ontvangt op de middag van 8 oktober een telegram. De gemeente krijgt het dringende verzoek om Belgische vluchtelingen te huisvesten. De vraag is niet of, maar hoeveel men¬sen er kunnen worden opgevangen. Na overleg met wethouders en een aantal raadsleden laat De Zeeuw weten dat er in zijn dorp op korte termijn plaats is voor hoogstens honderdvijftig Belgen. Direct wordt gestart met de organisatie voor de opvang. Vluchtelingencommissies gaan onderdak en materialen regelen. In 'Volksbelang' te Bolnes kunnen zestig Belgen ondergebracht worden. Het Bij-Gemeentehuis biedt plaats voor veertig man. De openbare school aan de Pruimendijk kan vijfentwintig Belgen herbergen en bij particulieren thuis kunnen nog eens vijfentwintig vluchtelingen ondergebracht worden. De Ridderkerkse bakkers gaan direct extra broden bakken. En bij de boeren worden strobalen ingezameld voor de tijdelijke slaapplaatsen. Burgemeester De Zeeuw is stomverbaasd wanneer de stoomboot die op zaterdag 10 oktober in Ridderkerk aanlegt geen 150, maar 377 vluchtelingen aan boord heeft. Wegsturen van deze arme schapen kan hij niet over zijn hart verkrijgen. In allerijl moet dus het dubbele aantal slaapplaatsen geregeld worden. Omdat is toegezegd dat de opvang slechts van korte duur zal zijn, besluit De Zeeuw een groot aantal klaslokalen te laten ontruimen. , ; De opvang van de Belgen duurt veel langer dan verwacht. In oktober moeten de Belgische kinderen daarom plaatsnemen in de Ridderkerkse schoolbanken, tussen de kinderen uit het dorp. Zo hebben ze wat afleiding en een zinvolle dagbesteding. Hun moeders blijven in de grote zalen achter en mogen die volgens de reglementen van het Vluchtelingencomité niet verlaten. Er moeten toezichthoudsters worden aangesteld om de gemoederen in de opvanglocaties zo af en toe tot bedaren te brengen. Gemeenteraadslid Plaisier maakt zich al snel grote zorgen over de hele situatie. Hij informeert zelfs de minister van Binnenlandse Zaken over de janboel in het dorp. 'Er hebben in de school al eens toneeltjes plaats gehad, die op het gebied der moraliteit niet door den beugel konden en waar die bekend zijn bij de ouders der schoolgaande kinderen, vind ik de aanwezigheid van die menschen aldaar niet zo gewenscht. Onze dokter heeft ook al tegen mij gezegd, Plaisier denk er aan, wanneer onder die menschen eene besmettelijke ziekte uitbreekt, moet de school onmiddellijk gesloten worden.' Een Belgische baby De bijna zestigjarige Antonius is met zijn vrouw, vier kinderen en schoondochter een week geleden op stel en sprong gevlucht. Hun huis was door Duitse artillerie geraakt en uiteindelijk tot de grond toe afgebrand. Na een lange voettocht zijn ze via Roosendaal met de trein op het Rotterdamse Maasstation terechtgekomen. De nacht brengen ze door in een zaal van de Doelen om de volgende dag naar Ridderkerk gestuurd te worden. Het hele gezin maakt zich grote zorgen om de toestand van schoondochter Ludovica. Zij is nu acht maanden zwanger. Al deze stress en onzekerheid kunnen niet gezond zijn. Maar gelukkig kan ze na een hectische reis in Ridderkerk tot rust komen. Ludovica bevalt hier van een kerngezonde dochter, ver weg van huis. Uit dankbaarheid voor de hulp door de Nederlanders noemt ze haar kindje Wilhelmina, net als de Nederlandse vorstin. Nog geen drie weken geleden heeft ze de koningin zelf gesproken. Wilhelmina bracht namelijk op woensdag 23 oktober geheel onverwachts een bezoek aan Ridderkerk. Eerst inspecteerde ze in Rijsoord een brug over de Waal, die is neergelegd door een eenheid gemobiliseerde pontonniers. Ze vroeg burgemeester Klein de hemd van het lijf, over de scheepstimmerwerven, de Gutaperchafabriek, de vlasserij en de toestand van de Belgische vluchtelingen in de gemeente. Wilhelmina liet haar chauffeur langs de opvanglocaties in het dorp rijden. Aangekomen bij de lagere school in Bolnes maakte de koningin een kort praatje met Ludovica, die daarna de meisjesnaam die zij voor haar baby in gedachte had, besloot te herzien. De in Ridderkerk geboren vluchtelingbaby kreeg de naam Wilhelmina. Als teken van dankbaarheid voor de Hollandse hulp. Raymond de Kreek