Contact gegevens

Stichting Oud Ridderkerk

Kerksingel 26

2981 EH  Ridderkerk

Telefoon: 0180 - 430615

Email algemeen: info@oudridderkerk.nl

 

Openingstijden:

Woensdag 13:30 - 16:30 uur
Donderdag 13:30 - 16:30 uur
Vrijdag 13:30 - 16:30 uur
Zaterdag 13:30 - 16:30 uur

 

Toegang is gratis!

Expositie Agenda.


Donateur worden?


Privacy-verklaring


 

De borstwering waar aan de havenzijde de wapensteen gemetseld zit (zie foto 2). Links ziet u café "De Vlashandel" vóór de brand. Het is nu restaurant "de Oude Haven".

 

Voorwoord


Het waterschap de Zwijndrechtse Waard is in 1955 gefuseerd met het waterschap De oude en Nieuwe Maasdijken voor het land van Rhoon het Waterschap de Westdijken van het eiland IJsselmonde en is toen opgegaan in het waterschap De Dijkkring IJsselmonde. In 2004 vond de procedure plaats om een aantal waterschappen bijeen te voegen. Na heel veel discussie over uit hoeveel waterschappen er met elkaar zouden fuseren, werd uiteindelijk logisch gekozen voor de vier waterschappen, welke gezamenlijk al eeuwen de Zuid-Hollandse Eilanden vormden Op 1 januari 2005 was de fusie een feit en vormden de waterschappen De Brielse Dijkkring (Voorne en Putten), Goeree-Overflakkee, De Groote Waard (Hoekse Waard en het eiland van Dordrecht), IJsselmonde en een deel van het Zuiveringschap Hollandse Eilanden en Waarden het waterschap Hollandse Delta. Dit alles op initiatief van de provincie Zuid-Holland. Het waterschapshuis in Barendrecht herbergde tot voor kort de wapensteen die vanaf 1636 in de sluisborstwering boven de Oostendamse sluis aan het eind van de haven was ingemetseld. De bedoeling is dat nu het waterschapshuis niet meer gebruikt wordt (de zetel is nu in Dordrecht) de steen te zijner tijd weer een plaats krijgt op de Oostendam. Het hoe en wanneer is weliswaar nog niet duidelijk, maar naar aanleiding van dit gegeven volgt hieronder een stukje geschiedenis. De heraldische interessante zaken betreffende de steen kunt u vinden in het artikel van H. 't Jong.
Redactie H.LAmbacht

 

Omstreeks 1910 maakte fotograaf H.J. Tollens C.Hzn. deze foto van de steen in de borstwering van de sluis.

 

De geschiedenis


In de zomermaanden van 1636 werd de in 1505 gebouwde houten spuisluis aan de Oostendam vervangen door een stenen schutsluis. De meeste grond in de Zwijndrechtse Waard was in handen van Dordtse regenten en instellingen. Zij zullen er op aangedrongen hebben het op- en afvaren van de Waal mogelijk te maken; goederenvervoer over water was een snelle en goedkope manier. Het zal hier vooral om landbouwproducten zijn gegaan. De Dordtse invloed hier verklaart ook de subsidie van f 400,— die de stad Dordrecht verleende voor de bouw van de nieuwe sluis "mis de selve sluys sal gemaeckt werden soo wijt, hooch ende lang dat men bequamelijck daer deur met schuyten sal connen vaeren". Het is aardig om vast te stellen dat de dijkgraaf en twee hoogheemraden van de Zwijndrechtse Waard in 1636 deel uit maakten van het Dordtse stadsbestuur. Hoogheemraad Cornelis van Teresteyn was zelfs burgemeester. Deze combinatie van functies zal het verlenen van de subsidie zeker niet bemoeilijkt hebben.
Regelmatig moeten dijkgraaf en hoogheemraden ter plaatse het werk in ogenschouw zijn gaan nemen. In een kwitantie voor de waarsman (penning¬meester) van de Zwijndrechtse Waard van een zekere Maeyken Joosten, wonende op de Oostendam, weduwe van schipper Machiel Corneliszoon, lezen we dat in de periode van eind juni tot begin september voor een bedrag van 151 gulden en 5 stuivers (vooral bier en brood) werd verteerd door dijkgraaf, hoogheemraden, metselaars, timmerlieden en genodigden. Later krijgt zij nog eens 30 gulden uitbetaald, "voor alle haere moeyten". Het werd aan de sluis wil ik hier buiten beschouwing laten en mij beperken tot de wapensteen die boven de sluisdeuren aan de havenzijde, in de sluisborstwering, werd ingemetseld. Een steen van 1,05 meter hoog en 1,30 meter breed, met daarin uitgehakt het wapen van de Zwijndrechtse Waard en van de dijkgraaf en hoogheemraden.

 

 

 

Wat is er bekend omtrent deze steen? De steen is vervaardigd door de Dordtse steenhouwer Hendrick Schey; die kreeg daarvoor 32 gulden. Vervolgens ontving schilder Maerten van Roll voor het driemaal witten, vergulden en "afsetten" (d.w.z. met verschillende kleuren beschilderen) 20 gulden. Een andere schilder, Antony Otten, kreeg voor het "affteyckenen in twee reysen" (d.w.z. het in twee keer voltooien) 12 gulden. Ook de beide schilders waren Dordtenaren. Ter illustratie kan gezegd worden dat het gemiddelde dagloon van een geschoolde arbeider in het midden van de 17e eeuw ruwweg op 1 gulden gesteld kan worden. Antony Otten heeft zijn loon niet meer in ontvangst kunnen nemen: hij werd op 15 augustus 1636 in de Augustijnenkerk in Dordrecht begraven. Zijn
weduwe, Maddelenken Frans, ondertekende op 17 oktober de kwitantie. Zeer waarschijnlijk is Antony Otten het slachtoffer geworden van de op dat moment woedende pestepidemie. De pest was in 1615 in Leiden uitgebroken en breidde zich uit over geheel Holland. Ondanks allerlei genomen voorzorgsmaatregelen sloeg de pest in juli 1636 toe in Dordrecht. Binnen een halfjaar stierven er in de stad ongeveer 3000 mensen, een vijfde deel van de bevolking.
In 1915 werd er een tekening van de steen gemaakt. Dat kostte veel moeite, want door weersinvloeden en de door de schippers gehanteerde haken waren een deel van de wapens en namen weggesleten of beschadigd. Maar niet alleen de steen was in een slechte staat. In 1948 bleek een grote reparatie aan de sluis noodzakelijk. Op dat moment was de sluis al een aantal jaren buiten werking gesteld; het vervoer over de weg had de plaats ingenomen van het beurtvervoer over het water.
Men zag daarom af van de reparatie en in 1949 werd de sluis, met een doorvaartbreedte van 4,35 meter en een schutkolklengte van 16,10 meter, gedicht en een deel van de haven gedempt; dit om gevaar voor instorting te voorkomen. In 1994, bij de totale renovatie van de Oostendam, kwam nog eenmaal, en voor het laatst, de sluis uit 1636 tevoorschijn. Daarna werd deze gesloopt en kwam er de huidige damwand te liggen.

 

De wapensteen verdween. Voor een aantal mensen spoorloos. Sommigen dachten dat hij gewoon naar beneden was gegooid en gebruikt om de sluis te dichten. Zij hadden het voornemen er nog eens een onderzoek naar in te stellen. Gelukkig hebben zij het bij dit voornemen gelaten, want er zou zeker niets gevonden zijn. In 1963 is de gerestaureerde steen namelijk ingemetseld in de hal van het waterschap Usselmonde in Barendrecht. Gewapend met de informatie die Henk 't Jong u in het artikel "De Wapensteen in de Oostendamse sluis heraldisch bezien" biedt, kunt u hem misschien t.z.t. op de Oostendam bewonderen.


Verantwoording


Ik wil hier volstaan met het noemen van de twee belangrijkste bonnen. Dat zijn de buitengewone rekening betreffende de Waalsluis van 1636 (inv.nr. 1005) en de bijlagen tot deze rekening (inv.nr. 1007) uit het archief van het Hoogheemraadschap van de Zwijndrechtse Waard.


M.H. Benschop Aanvulling C. Lagendijk