Contact gegevens

Kerksingel 26
2981 EH  Ridderkerk

Email algemeen: info@oudridderkerk.nl

Bankrekeningnummers:

NL40RABO0355484838

NL93INGB0004208049

KvK-nummer: 41126694

RSIN: 009623851

 

Openingstijden:

 

Woensdag 13:30 - 16:30 uur
Donderdag 13:30 - 16:30 uur
Vrijdag 13:30 - 16:30 uur
Zaterdag 13:30 - 16:30 uur

 

Toegang is gratis!

Expositie Agenda.


Donateur worden?


Privacy-verklaring


Deze website wordt gebouwd, onderhouden, gehost en gesponsord door:


 

Rijsoord, Hoek ‘t Zwaantje Westzijde.

 

Voorbij de bocht....


Ik ben geboren in Rijsoord, niet in het centrum (als je daarvan mag spreken) maar daar buiten, voorbij de Bocht, zoals wij de afslag van de Straatweg naar de Noldijk noemden. De tweede wereldoorlog was net uitgebroken toen ik als 13e kind werd geboren en na mij zou er nog een dochter geboren worden, zodat mijn ouders 14 kinderen hadden, zeven meisjes en zeven jongens.
Dit is in deze tijd niet meer voor te stellen en als ik dit soms vertel wordt het met ongeloof aangehoord en de vraag wordt dan steevast gesteld hoe we dan wel konden leven in een huis met z'n zestienen, waarbij dan wordt vergeten dat we niet allemaal even oud waren. De eerste 5 kinderen waren meisjes en die werden al vroeg ingezet bij de huishoudelijke werkjes en verzorgden als jonge moeders hun kleine broertjes en zusje en hielpen met o.a. de kleding en deden ons eens per week in de teil.                                
We groeiden op even buiten het dorp in de omgeving wat toen ook wel Strevelshoek, Wevershoek, de Zwaan en Westeinde werd genoemd. Enkele namen zijn nog steeds, zij het in gewijzigde vorm, in gebruik, maar je moet wel een echte Rijsoordenaar zijn om de herkomst ervan te weten. Wij woonden en leefden daar, gingen daar naar de 2e Christelijke school (de 1e stond natuurlijk in het centrum van het dorp), hadden een eigen kerk, een paar winkels en de bakker, de kruidenier en de olieboer kwamen langs de deur. Dat het daar toen min of meer afgelegen was blijkt ook uit het feit dat deze omgeving niet of nauwelijks wordt genoemd in de boekjes van o.a. Stichting Oud Ridderkerk.. 
Op de foto, genomen met de rug richting Rotterdam, gaat de Rijksstraatweg met de bocht naar links richting ‘centrum’ en midden op de foto rechts de Noldijk op, richting Heerjansdam/Barendrecht. Van de huizen en van de boerderijen links en rechts bovenaan is niet veel meer overgebleven, alleen het rijtje links staat er nog en het huis midden op de foto, maar de huizen en de gebouwen rechts zijn verdwenen. Geheel rechts staat op de foto nog het houten Hervormd kerkje en daarvoor de smederij van Van Kempen en weer daarvoor de slijterij van Cor Hemmes. Het is gek, maar als je eenmaal de geschiedenis in gaat, komen er tal van details bij je naar boven. Zo kwam tot de 2e wereldoorlog de stoomtram vanuit Zwijndrecht en liep langs de Straatweg, langs de Bellevue achter de huizen waar nu het fietspad licht en ging bij de bocht de Noldijk op, langs de boomgaard van Huizer richting Barendrecht, waar ook ons zwembad was. In Barendrecht kon dan worden overgestapt op de tramlijn Hoekse Waard-Rotterdam-zuid. 
In de winter liepen we langs de linkse boerderij om op de Waal (en niet het Waaltje, zoals tegenwoordig dit riviertje wordt genoemd) te gaan sleeën en schaatsen. We bonden dan onze schuitjes, Friese doorlopers en houten Noren met veters en touwtjes onder onze laarzen, wat om het kwartier nodig was om dit te herhalen. Met lange touwen bonden we enkele sleeën aan elkaar en slingerden die met steeds grotere snelheid rond. Ook was het een sport om ‘ijsje te kraken’. We liepen dan met zo’n tien jongens met de armen op elkaars schouders in een rij over het ijs, wat na een paar maal lopen levensgevaarlijk begon te golven. De Waal is in mijn herinnering niet weg te denken, ’s zomers en ’s winters was dit riviertje van grote betekenis voor ons leven in het Zwaantje.

 

Rijsoord, schaatsen op de Waal met op de achtergrond de huizen aan de Waaldijk.

 

In mijn herinnering was het elke winter echt winter en elke zomer echt zomer, maar dat zal wel niet waar zijn, hoewel er in mijn jeugd toch nogal eens een strenge winter was. Zo waren er in de eerste oorlogsjaren wel drie opeenvolgende strenge winters en daarna, om er maar enkele te noemen, ook in de jaren 1947 en 1956. In deze laatste jaren viel er ook veel sneeuw, zoveel zelfs dat we op het weiland achter ons huis heuse sneeuwhutten konden maken waarin we konden zitten. Ik kan me nog herinneren dat de gemeentewerkers in maart het vastgevroren en vast getrapte sneeuw en ijs met hakgereedschap losmaakten en met karren moest afvoeren. De strenge winters waren ook geen onverdeeld genoegen voor de bewoners van de huizen langs de Straatweg. De kachel, die elke avond uitging, moest elke morgen weer worden aangemaakt en de hoofdkraan van de waterleiding, onder het luik bij het aanrecht, moest elke morgen weer worden opengedraaid, omdat die ’s avonds was dicht gedraaid om bevriezing te voorkomen. Toch kon bij strenge vorst bevriezing niet altijd worden voorkomen en met behulp van een ‘vierpit’, een oliestel met vier pitten, werd dan de waterleiding ontdooid.
We woonden schuin tegenover de 2e Christelijke school met z’n vier lokalen met het grote schoolplein. Het gebouw staat er nog steeds, maar er wordt al lang geen les meer gegeven en de school wordt nu voor meerdere activiteiten gebruikt. Naast het schoolgebouw staat nog het huis van de ‘bovenmeester’ en ik kan me niet herinneren dat er een andere bovenmeester in heeft gewoond dan meester Breekveld, altijd met hoed, waar hij bij begroeting tegen tikte of afnam, al naar gelang wie hij voor zich had. De rijtjes huizen hadden ook speciale namen, zoals ‘de hoge huizen’, ‘de lage huizen’ en ‘de zestien huizen’. Richting Rotterdam, waar nu de bussluis is, stond ‘het melkhuisje’, een gelegenheid waar je van een reis vanuit Rotterdam even kon uitrusten onder het genot van een versnapering.
Ik kan de verzuchting begrijpen van lezers die het jammer vinden dat ze niet in Rijsoord zijn geboren en opgegroeid, als ik beschrijf hoe je vroeger vanuit Rotterdam over de Koninklijke Straatweg der eerste klasse, no.7 Rijsoord binnenkwam, langs de prachtige, statige boerderijen, langs de hoge en de zestien huizen, langs het huis van familie Schop en de 2e Christelijke School, de bocht door langs de Waal, verder over de Straatweg met de villa’s van de notabelen, als dokters, burgemeesters, secretarissen, ontvangers en de veearts, om uiteindelijk de Waal over te steken en direct rechts het z.g. Hotel en Pension te zien liggen met een riant uitzicht over het riviertje. Hier logeerden al in de 19e eeuw de kunstschilders die dit exotische oord in de zomermaanden bezochten vanuit Parijs en Amerika en het dorp lieten uitgroeien tot een ware kunstenaarskolonie, zoals wordt beschreven in het boek ‘Dromen van Rijsoord’ door Alexandra Gaba-van Dongen, maar nog heden ten dage wordt Rijsoord geschilderd door kunstenaars die hier nooit genoeg van kunnen krijgen, en daar kan ik heel goed inkomen.

 

Frans Schop.