Contact gegevens

Kerksingel 26
2981 EH  Ridderkerk

Email algemeen: info@oudridderkerk.nl

Bankrekeningnummers:

NL40RABO0355484838

NL93INGB0004208049

KvK-nummer: 41126694

RSIN: 009623851

 

Openingstijden:

 

Woensdag 13:30 - 16:30 uur
Donderdag 13:30 - 16:30 uur
Vrijdag 13:30 - 16:30 uur
Zaterdag 13:30 - 16:30 uur

 

Toegang is gratis!

Expositie Agenda.


Donateur worden?


Privacy-verklaring


Deze website wordt gebouwd, onderhouden, gehost en gesponsord door:


 

Foto’s uit het Algemeen Dagblad van 21 juli 1965.

 

In de ban van de pyromaan van Ridderkerk.


Op 24 juni 1965 werden we ’s nachts gealarmeerd voor brand in de boerderij van de Gebr. v.d. Hoek aan de Lagendijk en langs de Rijksweg. De schuur ging verloren maar het woonhuis werd wederom behouden. In 1963 was die boerderij nl. eveneens door brand getroffen. Een grote brand in een scheepsbouwloods bij de scheepswerf Boele volgde, ook weer in de nacht, op 1 juli. Veel rust kreeg de brandweer niet want de week daarop werden we weer rond 01.00 uur gealarmeerd voor brand in de boerderij van Rook Dam aan de Molensteeg en naast de rubberfabriek Bakker en Zonen.

Dit was geen toeval meer. Zou er een pyromaan actief zijn ? In 1963 waren 2 boerderijen, van de Gebr. v.d Hoek en van De Jong, ook al door een onverklaarbare oorzaak in brand geraakt. Als klap op de vuurpijl , weer een week later en ook in de nacht, een grote brand in de strijkerij van de rubberfabriek Bakker. Alle korpsleden waren weer present maar de vermoeidheid , vooral bij de oudere korpsleden, werd merkbaar. Immers, we waren vrijwilligers en al had je die nacht hard gewerkt, je moest gewoon weer naar je werk. We kregen in die nacht nog wel een “opkikker”. Veel verslaggevers stonden die nacht in de startblokken voor het geval er weer brand was. Een verslaggever rende vanaf de Kerkweg door het weiland naar de brand. Hij zag het verschil niet tussen weiland en een sloot met kroos. Kletsnat en volledig onder de modder ging hij toch zijn taak verrichten! Vrijwel gelijktijdig werd ook brand gesticht in een bouwkeet aan het toenmalige Raadhuisplein. Werd snel geblust door voorbijgangers maar het was overduidelijk een brandstichting.

Geruchtenstromen kwamen op gang. Ik lees in een krantenknipsel uit De Tijd-Maasbode, dat de speciale verslaggever aan de heer van Rij, commandant van de brandweer, de volgende vraag voorlegt : “Heeft hij weleens gehoord, dat de liefde voor het vak bij sommige brandweerlieden zo ver gaat dat hij eerst zelf een brand veroorzaakt om vervolgens mee te gaan blussen ? “. Die mogelijkheid kon in dit geval worden uitgesloten. Alle korpsleden waren present bij de brand in de rubberfabriek. Derhalve onmogelijk dat een korpslid bijna gelijktijdig elders een brand kon stichten.

Maar wie dan wel? In hetzelfde krantenknipsel komt de politiewoordvoerder aan het woord.
Ook de politie ging uit van brandstichting ook al was het ultieme bewijs nog niet geleverd.
De verslaggever kwalificeerde de betreffende adjudant tot een echte politieman  “Die het slechte denkt, zolang het goede nog niet is bewezen”.  Hij ging ook nog een kijkje nemen bij de deels afgebrande boerderij van Rook Dam. Die bleek onbekommerd op vakantie te zijn gegaan. Zijn moeder kon nog vermelden dat ze weliswaar een waakhond hadden maar die was een paar dagen voor de brand vergiftigd. De hond dreigde in de vlammen om te komen en was te beroerd om een kik te geven. Minstens zo interessant vond de verslaggever het feit, dat hij naast de vernietigde schuur kippen aantrof met piepkleine oogklepjes voor in de vorm van een brilletje. “Dan zien ze niet goed en kunnen elkaar niet kaal pikken“. Het had niets met de brandstichting te maken maar, je ziet nog eens wat in Ridderkerk.

“Het Vrije Volk“ deed  uitgebreid verslag van een door de politie belegde bijeenkomst met 35 landbouwers uit de gemeente. Dat was een dag voor de brand bij de rubberfabriek. Het voornaamste doel van de bijeenkomst was welke maatregelen de landbouwers konden nemen om het de brandstichter zo moeilijk mogelijk te maken. Men besprak bijv. de mogelijkheid om touwen met daaraan blikjes te spannen. Geen goed idee want ook de  politie kon tegen zo’n touw oplopen. De gevolgen daarvan zouden voor de politie desastreus kunnen zijn gelet op de volgende vraag: “Welk recht heeft de bezitter van een jachtgeweer?“. Van politiezijde wordt daarop geantwoord, dat als die vent na zonsondergang op een erf verschijnt, dan heeft-ie de consequenties daarvan te dragen! Wel wordt er nog aan toegevoegd om niet te overhaast te handelen en eerst te roepen voor je gebruik van je wapen maakt.

Het wonderlijke van het bovenstaande is,dat zowel de vraag als het antwoord van de politie tot geen enkele opschudding leidde. Ik denk dat tegenwoordig zo’n uitspraak van de politie  een wedstrijd in de Tweede Kamer zou veroorzaken wie als eerste de minister daarover kon ondervragen. In 1965 zijn daarna geen branden meer ontstaan die in verband konden worden gebracht met de pyromaan.

Van 2 branden in 1966 kan met zekerheid worden gezegd, dat dat het werk van de pyromaan was. In de nacht van 1 april werden wij gealarmeerd voor een brand aan de Lagendijk. Bij de brand aangekomen, het was de landbouwschuur met woonhuis van W.v.d.Waal, waren we nog maar net met het blussen begonnen , toen V.d. Hoek op zijn fiets verscheen met de mededeling dat ook zijn boerderij weer in de brand stond. De onmacht die we toen voelden zal ik niet vergeten. Die boerderij stond nu voor de derde keer in brand! De brandweren van Barendrecht en Heerjansdam hebben die brand bestreden. Van de brand in de boerderij van V. d. Waal kan ik me nog herinneren, dat volkomen onverwachts de achtergevel met een enorme dreun omviel. Ogenblikkelijk appèl gehouden. Gelukkig niemand vermist.

In dat jaar is ook nog brand geweest in een jeugdgebouw te Slikkerveer en in de timmerloods van de scheepswerf Gebr. Pot. In beide gevallen werd wel gedacht aan brandstichting maar geen enkel bewijs.

Rond de pyromaan is het daarna stil geworden. Hij is nooit ontmaskerd.


T.P. Verhoeff
De laatste vrijwillig commandant brandweer Ridderkerk.