PERS EN PUBLICITEIT Naar Index Naar Begin Pagina

Expositie 60 jaar Molukkers in Nederland.

Het feit, dat in 1951, dus ruim 60 jaar geleden, 4000 Molukse ex-militairen van het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL) -min of meer gedwongen- met hun gezinnen naar Nederland emigreerden, krijgt aandacht door het inrichten van een tentoonstelling in de Oudheidkamer Ridderkerk.

Samen met de Molukse Werkgroep Uru Nia, die bestaat uit leden van de Werkgroep 004, Stichting Molukse Moskee, Stichting Madjoe en jongeren uit de Molukse gemeenschap, wordt een informatieve tentoonstelling ingericht. De tentoonstelling zal een beeld geven van de komst van de eerste Nederlandse koopvaardijschepen in de zeventiende eeuw naar Ambon voor de specerijenhandel, de Molukse militairen in het Koninklijk Nederlands Indisch Leger, de emigratie naar Nederland en in het bijzonder de inburgering in de Ridderkerkse gemeenschap.

De tentoonstelling zal te bezichtigen zijn van zaterdag 25 februari tot en met zaterdag 31 maart. De openingstijden zijn woensdag, donderdag en zaterdag van 13.30 uur tot 16.30 uur en vrijdag van 18.30 tot 21.00 uur. De officiële opening door mevrouw A.Attema, Burgemeester van Ridderkerk, vindt plaats op zaterdag 25 februari om 14.00 uur, in de Oudheidkamer aan de Kerksingel 26.

                               Het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger.

Het is dit jaar ook ruim 61 jaar geleden dat bij Koninklijk besluit van 20 juli 1950 het Koninklijk Nederlands Indisch Leger werd opgeheven. De opheffingsceremonie vond plaats te Djakarta op 26 juli 1950, in de ambtswoning van de Nederlandse Hoge Commissaris, dr. H. Hirschfeld.

Dit leger vond haar bestaan in de tijd van de Oost-Indische Compagnie. In 1830 kreeg het leger het predikaat: “Koninklijk” van Koning Willem I, en werd de officiële naam Koninklijk Nederlands - Indisch Leger, KNIL. Militairen voor het leger werden geronseld in de Molukken, o.a. in Ambon, Ceram, Buru en in Menado (Noord Celebes.) Tevens werden militairen uit de andere gewesten aangenomen. Ook in Nederland werden in de vooroorlogse jaren militairen geworven voor het in dienst treden bij het KNIL.

De taak van het KNIL was voornamelijk het bestrijden van inlandse onlusten en het zich eventueel teweer stellen tegen buitenlandse aanvallers. Bij het begin van de Tweede Wereldoorlog in Azië, was de sterkte van het KNIL ongeveer 60.000 man.

Geschiedenis van de Molukse gemeenschap in vogelvlucht.

In januari 1942 viel het Japanse leger Nederlands-Indië binnen. Na gevechten gedurende twee maanden, moest het leger capituleren en werden alle Nederlandse militairen afgevoerd in gevangenschap, wat ook gold voor de militairen geboren in de archipel. Na de capitulatie van Japan in augustus 1945, werden de uit gevangenschap teruggekeerde militairen ingezet voor het herstellen van de vooroorlogse situatie. Allereerst in de Molukken en de andere eilanden buiten Java, Sumatra en Borneo.

Blad 2

Al snel werd het KNIL weer op sterkte gebracht en bestond uit meerdere infanteriebataljons, afdelingen Veld -Artillerie, Militaire Luchtvaart van het KNIL en het vrouwenkorps van het KNIL.
Samen met de Koninklijke Landmacht, het Korps Mariniers en ondersteuning van de schepen van de Koninklijk Marine, werd gewerkt aan het brengen van orde en vrede en herstel van het bestuur.
Er kwam een einde aan de taak, toen op 29 december 1949 de soevereiniteitsoverdracht plaatsvond.
Meer dan 6300 militairen, waar onder velen van het KNIL, hebben in de periode 1945 tot 1950 daarbij het hoogste offer gebracht. Zij liggen begraven op de zeven Erevelden op Java.

Het eerder genoemde besluit tot opheffing van het KNIL na de soevereiniteitsoverdracht, hield in dat veel KNIL militairen van Molukse afkomst daarvan de dupe werden. Daarbij vooral de Ambonezen.
De uit de archipel geworven militairen moesten, volgens een legerorder van 2 februari 1950, een keuze maken; ofwel kiezen voor het Indonesische burgerschap of vertrek naar Nederland. Het waren vooral de militairen afkomstig van de Molukken en in het bijzonder van Ambon, die pleitten voor een zelfstandige Republik Maluku Seletan. Zij eisten van de Nederlandse regering dat die zich daarvoor sterk zou maken. Helaas was inmiddels het Nieuw Guinea-conflict uitgebroken, wat de verstandhouding met Indonesië op scherp zette. Indonesië gaf niet toe aan deze eis en bezette met de troepen van de TNI de Molukken. Het gevolg van dit alles was dat de Molukse militairen en hun gezinnen kozen voor emigratie naar Nederland.

Tussen maart en juni 1951 werden ongeveer 4.000 Molukse militairen met hun gezinnen,
in totaal ongeveer 12.500 personen, verscheept naar Nederland. De ontvangst werd een grote teleurstelling. Aanvankelijk zouden de militairen de KL-status krijgen, maar inmiddels had de Nederlandse regering besloten dat militairen van Indonesische afkomst geen deel konden uitmaken van de Nederlandse Krijgsmacht. Bij aankomst in de voor hen ingerichte woonoorden, werd hen dat schriftelijk zonder enig voorafgaand overleg medegedeeld!

Hun verblijf in Nederland zou oorspronkelijk van korte tijd zijn, maar door alle ontwikkelingen met Indonesië bleek dit een utopie. De 4000 Molukkers en hun gezinnen werden opgevangen in kazernes, oude gevangenissen, vroegere kampen van de Duitsers, zoals Westerbork. Dit woonoord kreeg de naam Schattenberg. Het betekende dat de mannen zelf in hun levensonderhoud moesten gaan voorzien en zij vonden dan ook werk in de Nederlandse industrie. We troffen hen later aan in de bedrijven in bijvoorbeeld de scheepsbouw en de elektrische industrie.

Bij bedrijven in Ridderkerk, o.a. de scheepswerven en elektrotechniek volgden ze een vakopleiding en werden voortreffelijke vaklieden. De gemeente Ridderkerk kent een hechte Molukse gemeenschap, waarbij de Christelijke als wel de Islamitische mensen samen met elkaar optrekken. Ook de volgende generaties zijn geïntegreerd in de Nederlandse samenleving en velen bekleden belangrijke functies.

De geschiedenis van de Molukkers in Nederland is veel ingewikkelder geweest dan in dit artikel in vogelvlucht weergegeven.



Pagina Omhoog


ZATERDAG 17 MAART OUDHEIDKAMER RIDDERKERK

In het “Barendrechts Hobo/Snaren Trio” worden de instrumenten bespeeld door ervaren ToBe docenten. Op de ToBe-locatie Barendrecht hebben zij elkaar ontmoet en hebben zij dit trio opgericht.
Lia Oraison bespeelt de hobo, maar bij ToBe geeft zij ook les op panfluit en blokfluit. Lenny Vis bespeelt de snaren van de vleugel en Yolanda Davids beroert de snaren van haar harp met de vingertoppen.

Met onverwachte arrangementen doen zij deze drie instrumenten op bijzondere wijze naar voren komen. Een afwisselend klassiek programma voor jong en oud. Aanvang 16.00 uur. Kaartjes kosten € 4,00, kinderen tot 12 jaar betalen slechts € 2,00. Het voorprogramma met leerlingen van ToBe start om 15.40 uur. Info: www.stichtingtobe.nl

Pagina Omhoog